Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik wist ook niet, wat het was. Eerst later heb ik het ervaren.

Het werd nacht in mij als in een graf en ik werd vreeselijk gekweld. Een moordgeest nam bezit van mij, ik voelde me tot alles in staat. Alleen deze eene gedachte had ik nog : „Als er geen overheid was, zou ik stelen en moorden, vreten en zuipen en alles doen wat verboden is".

Zoo verblind was ik, dat ik meende in 't geheel niet te zullen sterven ; ik meende, dat ik zelf God was. Als ik in den spiegel keek, schrok ik terug voor de duisternis in mijn oogen.

Door de dronkenschap kwam ik steeds dieper in de ellende ; het ongeluk volgde mij op den voet.

Ik moest mij het leven benemen. In mijn dronkenschap ben ik eens in den stal gevallen en kwam met het hoofd tusschen de achterpooten van een paard te liggen. Hoe gemakkelijk had ik toen kunnen verongelukken ! Een trap van het paard en ik was dood geweest.

De stalknechts hebben mij er onder weggetrokken en uitgescholden omdat ik dronken was.

Tot dank voor hun hulp ging ik hen met de mestvork te lijf, zoodat ze maken moesten, dat ze uit den stal kwamen.

Zoo heb ik eens in Ludwigsburg een paard gekocht. Ik reed in een roes naar huis en kwam juist voorbij Kornwestheim. Daar ging ik een herberg binnen en trok mijn paard aan den teugel achter mij aan.

„O hemel, wat komt daar aan \" riep de waardin. „Ik en mijn paard", zei ik.

Ik sloeg een glas bier naar binnen en reed in gestrekten draf verder. Onderweg ben ik over een steenhoop van het paard gevallen en kreeg een wond aan het achterhoofd, die genaaid moest worden. Het litteeken is nu nog te zien. De politie heeft mij weer te paard geholpen. Later heb ik mijzelf in den geest gezien, zooals ik op den straatweg tusschen Stuttgart en Ludwigsburg als een demon het paard bereed en de Heer heeft tot mij gezegd : „Als

Sluiten