Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op een anderen Zondag scharrelde ik op den stoffigen zolder naar boeken en vond „de Rooverhoofdman Rinaldini". Toen ik het boek gelezen had, kwam er een groote macht der duisternis over mij. Later vond ik een Bijbel en ging daarin bladeren. Toen werd het heel licht om mij heen. Van den Bijbel begreep ik in dien tijd niets.

Pp een Zondagmiddag ging ik eens naar Degerloch om mijn verjaardag te vieren.

Mijn vrouw liep mij tot tweemaal toe na en smeekte me mee naar huis te komen, daar ik me anders toch weer zou bedrinken. Ik beloofde haar, dat ik nergens binnen zou gaan en gauw weer thuis zou zijn.

Daar zag ik echter beneden aan de helling een herberg. Ik streed een zwaren strijd — en leed een geweldige nederlaag. Een stem riep mij toe, zoodat het mij door merg en been ging j „Ga naar huis !" En door mijn heele lichaam trok een verscheurende pijn. Toch zei ik : „Ik wil alleen maar een paar glazen bier drinken, dan ga ik naar huis".

Ik ging naar de gelagkamer, waarvan de eene helft dartszaal was. Daar zag ik een vrouw dansen met een lang neerhangende vlecht. In haar heb ik den lijfelijken duivel zien dansen. Daarvan ben ik zoo geschrokken, dat ik niet naar de danszaal kon gaan. In plaats daarvan vond ik in de herberg een „goeden vriend", die mij meenam in de stad. Daar bleven wij den heelen nacht in een herberg tot ik stomdronken was. Ik kwam in zulk een toestand in de .zaak, dat de fabrikant mij naar huis moest zenden.

Evenals alle drinkers was ik in dien tijd vreeselijk grof en een echte vloeker. Ik heb alle heiligen uit den hemel gevloekt en niet eens geweten, dat vloeken zonde is. (Later heeft deze vloekduivel buiten mij en rondom mij vreeselijk gevloekt. Hij wou mij bang maken, maar ik heb mij niets meer door hem laten zeggen).

Van het oogenblik af, waarop ik den Heer zoo ongehoorzaam geweest was, werd ik' geheel aan den

Sluiten