Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van dat oogenblik af had ik geen rust meer ; ik wilde er ook eens heengaan".

Maar mijn vrouw moest ook mee ! Daarom zei ik tegen haar : ,,Ik moet naar de bijeenkomst gaan, ik word van binnen bijna verscheurd, maar ik heb niemand, die met mij meegaat".

En alleen waagde ik het niet, want de duivel schreeuwde mij in de ooren : „Je mag niet naar die bijeenkomst gaan, daar zitten juist de allerergsten".

Ik heb het geloofd en dacht: „Mijn vrouw moet meegaan, om te kunnen schreeuwen als het er op losgaat".

Ze ging mee.

Geheel verslagen en ongelukkig ging ik naar de bijeenkomst. Ik was er op bedacht, dat ik ieder die mij, als ik in de zaal kwam wou aangrijpen, tot in den ijzerharden grond zou slaan j want ik had geen verstand van vrome menschen en dacht dat het hier wel net zoo toe zou gaan als. in de herberg.

Buiten voor de zaaldeur zag ik een' bediende staan. Ik zei tegen mijn vrouw : „Die zal wel weten, waar de bijeenkomst gehouden wordt", maar dacht daarbij : „Hoe zal het er toegaan," als ik binnen kom !"

Toen vroeg ik aan den bediende, waar de bijeenkomst gehouden werd.

Hij zei heel vriendelijk : „U moet door die deur recht tegenover u. Rechts zitten de mannen en links de vrouwen, u zult het wel zien I"

Deze vriendelijkheid van den bediende trof mij zoo, dat ik moest zeggen : „Maar dat is heel anders dan ik mij had voorgesteld, dat is een,goeie man !"

Voorzichtig ging ik de zaal binnen; maar de broeders bleven rustig zitten. Toen ik er goed en wel in was, zag ik een van de broeders (Klenk) en ook andere broeders elkander vriendelijk met de hand groeten. 'Ik stond daar ih mijn grooten nood en zag dit alles aan. Toen zei de duivel tegen me : „Ja, dat ziet er fraai .uit !"

Maar ik gaf hem ten antwoord : „Van jou weet ik niets anders, dan dat je mij van kind af in 't on-

Sluiten