Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zag ik dat deze arbeider op 't punt was, cassetteschuifladen uit zijn armen op den grond te laten vallen. Zijn armen waren wat kort, hij kon ze onmogelijk meer houden.

Haastig sprong ik er op toe, heb de cassetten opgevangen en ze op hun plaats gebracht.

Met groote oogen keek hij mij een tijdlang verwonderd aan, maar kon geen woord uitbrengen. <

Later heeft hij tegen iemand gezegd: „Stanger is tóch een man, die 't hart op de rechte plaats heeft".

Bij het begin van mijn bekeering, vóór ik geheelonthouder werd, nam ik voor het avondbrood nog most mee naar de fabriek. Verder heb ik echter geen druppel alcohol meer gedronken.

Het was toen een heete zomer. Als ik dan zoo'n dorst had en zooveel overuren moest maken, zei de duivel : „Je mag nog wel wat meer alcohol hebben, als je zoo hard moet werken als tegenwoordig. Hij wou mij weer verleiden tot bier en jenever drinken. Maar ik heb in 't geheel niet naar hem geluisterd en ging naar de waterkraan. Ik vulde mijn glas met water en dankte na eiken slok. Den duivel liet. ik staan en van dat oogenblik af heeft hij mij met rust gelaten wat den alcohol betreft. De wortel was er uit.

Nu trachtte hij mij op een andere manier ten val te brengen. Op een Zondagmiddag toen ik den „Nieuwen Wijnberg" op ging wandelen, werd ik zwaar aangevochten door den duivel.

Een luide stem riep mij van den hemel toe : „Doe het niet ! Doe het niet ! Als je het doet, zegt hij : „Je behoort mij toe !"

Ik schrok hevig en riep luid : „Heer, bewaar mij voor den Booze ! Hij wil mij ombrengen !"

Op stel en sprong was ik vrij ; de duivel moest maken, dat hij wegkwam. Die paar woorden waren genoeg om mij te redden en ik moest den Heer loven en danken, dat Hij mij zoo genadig bewaard had voor den Booze.

Ik leerde steeds meer op God zien en met Hem

Sluiten