Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het minst van allen nog was Mevr. Blavatsky over Dr. Hartmann te spreken, alhoewel deze al het mogelijke voor hare verdediging had gedaan; doch tegen het scherpzinnig onderzoek van Hodgson was hij niet opgewassen en deze wist hem één voor één al de verborgen knoeierijen te ontlokken. Over hem schrijft zij kort na haar terugkeer in Europa uit Napels in Mei 1885 aan Solovyoff. (L c. 124.)

„Wanneer ge u niet aangetrokken gevoelt tot Hartmann hebt ge gelijk. Deze vreeselijke man heeft me met zijn verdediging en vaak met zijn bedrog meer kwaad gedaan, dan de Coulombs door open leugens. Het eene oogenblik verdedigde hij mij in de bladen en schreef dan onmiddellijk daarna zulke dubbelzinnigheden, dat zelfs de vijandige couranten slechts konden zeggen: „Een fijne vriend heb je daar!" Den eenen dag verdedigde hij mij in brieven aan Hume en andere theosofen en zinspeelde vervolgens op zulke schandelijkheden — infamies — dat al zijn correspondenten zich tegen mij verklaarden. Hij was het die Hodgson, door de V. Z. O. uitgezonden om de „verschijnselen" te onderzoeken, van vriend als hij eerst was, tot vijand maakte. Hij is een cynicus, een leugenaar sluw en wraakzuchtig, en zijn jaloerschheid op den Meester, en nijd tegen hen, aan wien de Meester ook maar de geri gste oplettendheid bewijst, zijn eenvoudig walgelijk. Hij heeft Judge door Olcott uit Parijs naar Adyar gezonden en ons geheel toegewijd, tot tegenstander gemaakt. Hij heeft op zeker oogenblik al de Europeanen te Adyar, Lane Fox, Mijnheer en Mevrouw Oakley, Brown, tegen mij opgezet; alleen ' de Hindoes, die hem haten en sinds lang doorgrondden, kon hij niet van mij vervreemden. Gelukkig heb ik nu de Vereeniging van hem kunnen ontdoen, door toestemming te geven dat hij, onder voorwendsel van zijn Dokterstitel met mij mee op reis ging. De Vereeniging, Olcott aan 't hoofd, waren zoo bang voor hem, dat ze hem niet durfden wegjagen."

Zooals hierboven is vermeld, schreef deze Hartmann de brochure : Report of the Result enz., waaruit later Annie Besant haast al hare bewijzen putte voor haar boek »H. P. Blavatsky en de Meesters." , '\

Sluiten