Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om den mond wordt allengs vervangen door een ernstigen trek.

Zie die jonge vrouw eens met dat zwierig hoedje op! Zij liefkoost haar blond dochtertje, dat, op de open plek voor den koepel met haar makkertjes spelende, viel en nu snikkend naar mamatje is toegeloopen. Zij droogt de traantjes van haar lieveling, slaat "t stof van haar jurkje, spreekt haar vriendelijk toe, alles even elegant, en lacht het gezelschap, dat met haar om een ijzer tafeltje is gezeten, elegant toe.

Schoone dame! Wat moet hij niet gelukkig wezen, die u zijn echtgenoote noemt.

Zie die jonge meisjes eens met hare loshangende haren, van zwart tot lichtblond toe ! Wat lieve gezichtjes ! Wat ranke leesten!

Zie ze eens wandelen, al of niet vergezeld van jongelingen, in rijen van twee, drie tot zes toe! In 't laatste geval zijn ze een ware plaag voor de wandelaars, want dikwijls zijn zij niet van plan de keten die zij vormen te verbreken. Zij laten liever' anderen uitwijken, dan zelf uit den weg te gaan. Maar de jongelui vinden dit toch wel prettig. Kijk ze eens ondeugend lachen als zij zoo'n rij meisjes tegenkomen! Het staat op hun aangezichten te lezen, dat zij de meisjes wel zouden willen omhelzen.

En de meisjes? Is er een bekende onder, dan lachen zij hem toe, maar anders kijken zij ernstig of — zuur.

Kijk, daar komt juist een rij van vijf meisjes aan vergezeld van een Burgerschool-scholier wiens pet glinstert van het edel metaal! En hun tegemoet, twee meisjes vergezeld van een dito cavalier. De weg is te smal om elkaar te passeeren. Uitgeweken moet er worden.

„Wat zijn die lui vervelend," zegt de jongen tot de twee meisjes, die naast hem loopen, „kunnen zij niet in rijen van drie loopen !" — En daarop lachend tot zijn schoolvriend: „Zeg, Karei, houd nu beter orde in je karavaan!

Karei kijkt niet vriendelijk en zijn karavaan ook niet, maar de twee meisjes verkneuteren zich toch om de guitigheid van hun cavalier, ofschoon zij niet nalaten kunnen te zeggen: „Zag je hoe boos hij keek ? Als hij je morgen maar niet aanspreekt op school. M

„Kan mij dat schelen, ik ben volstrekt niet bang voor hem.

Sluiten