Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

èr meerdere personen of partijen zijn, die elkaar over en weer als tegenstanders herkennen, terwijl zij als tegenstanders een situatie vinden, waarin het mogelijk is, met elkaar te strijden.

Dit is hier inderdaad het geval. Overzien we n.1. nog eens het, terrein van het hedendaagsche wonder, dan zijn daarin drie momenten van wezenlijke beteekenis :

a. dat menschen contact hebben langs andere wegen dan de gewone;

b. dat ze kunnen voorspellen;

c. dat ze kunnen beïnvloeden. (Dit laatste is van bijzonder belang voor zieken).

Daarbij is dit het gemeenschappelijke: het is het terrein van het ongewone, het niet alledaagsche, dat ons interesseert en onzen drang naar weten vergroot.

En als zoodanig ontmoeten elkaar op dit terrein wetenschap en geloof. En als zoodanig is het ook niet nieuw. Er is in onzen tijd alleen een hernieuwde belangstelling voor het wonder aan den dag getreden. We betreden hier het gebied van het occulte, van het geheimzinnige. Van deze verschijnselen is de geschiedenis der menschheid vol; altijd en allerwegen treft men als merkwaardige vormen van geestelijk leven: bijgeloof, mantiek, magie. Aan den mensch, of althans aan sommige menschen, worden bijzondere krachten toegeschreven, waardoor ze op wonderbaarlijke wijze in contact staan met de geestenwereld, anderen beïnvloeden en verborgen dingen openbaren. Men spreekt van: voorgevoel, gedachtenlezen, hypnose en suggestie. Men hecht beteekenis aan openbaring door droomen, gelooft aan verschijningen van dooden, aan visioenen, waarin bovennatuurlijke dingen worden aanschouwd. In al deze verschijnselen komt naar voren de onuitroeibare behoefte van den mensch om boven het leven van de tastbare en begrijpelijke verhoudingen uit te komen. De geloovige aanvaardt dit als een invoelbaar gebeuren. Maar de wetenschap verzet zich daartegen; zij wil blijven binnen de grijpbare relaties. Dat is dan ook de sfeer, waarin de tegenstanders elkaar ontmoeten. En de houding wordt bepaald door het positie-nemen en wel, of ik mij plaats op het standpunt, dat ik niet wil uitkomen boven het natuurlijk gebeuren, of dat ik dit alles herken als een vorm, indien men wil als een bastaardvorm van het geloof.

Sluiten