Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nooit verstoren door luidruchtig weenen, geweeklaag, doch ons gedrag moet gekenmerkt worden door rust en toewijding, opdat wij dit overzicht van het verleden voor den stervende niet verstoren. Inbreuk te maken op de stilte, die voor den stervende slechts ten goede werkt, door verdriet over een persoonlijk verlies is niet alleen zelfzuchtig, doch ook niet op zijn plaats. De godsdienst heeft niet zonder doel gebeden voor de stervenden voorgeschreven. Deze behouden de kalmte en wekken onzelfzuchtige gevoelens op, uitgezonden om hen te helpen en te beschermen, gelijk alle liefhebbende gedachten.

Nadat dit „tweede" gebied met zijne verschillende onderafdeelingen in ontwikkeling doorloopen is, trekt ook hier het bewustzijn zich terug, waardoor wij dit gewaad van het „tweede" gebied achter laten en gaan wij over tot het „derde" gebied, dat wij verstandsgebied kunnen noemen, dat is dus het gebied waarin het bewustzijn als gedachte werkt, niet het denkvermogen zooals het werkt door de stoffelijke hersenen, maar zooals het werkt in zijn eigen wereld, onbelemmerd door de grove stof. Deze wereld of dit gebied is de verblijfplaats van den waren mensch. Dit gebied is van het „tweede" slechts gescheiden door verschil in bestanddeelen; evenzoo het „tweede" van het „eerste" of stoffelijk gebied. Het leven is op dit „derde" gebied meer werkdadig dan op het „tweede" en de stof is fijner dan eenige graad van stof van het „tweede" gebied. Een uitvoerige beschrijving van het tweede en derde gebied is hier in deze brochure niet op hare plaats; wij stippen met enkele woorden deze gebieden aan. Er bestaat dus voor ons geen dood; het leven gaat over in een anderen vorm en wij blijven bewust voortleven en ons verder ontwikkelen, al kunnen onze stoffelijke oogen dit niet aanschouwen. Verdriet en

Sluiten