Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschapene dingen: de groote God zelf, die machtig is ons te verlossen. Wij zouden reden hebben om te vreezen, indien onze Verlosser iets minder was dan God zelf, maar wij mogen volkomen gerust zijn, wanneer Hij, die onze verlossing op zich genomen heeft, de Heer des Hemels en der aarde zelf is. Wie kan ons deren, wanneer Hij belooft ons te helpen? „Wanneer God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?" Zijne macht, wijsheid, heiligheid erfgoedheid, zijn allen ten onzen behoeve werkzaam, zoodra wij tot Jezus komen. Met zulk eenen Zaligmaker kunnen wij niet verloren gaan. Hij is in staat ook uit het uiterste gevaar te verlossen.

Lees: Joh. 1 : 1—3, 14; 8 : 58; 10 : 30; 17 : 5. Col. 1 : 14—20; 2 : 9. 1 Tim. 3 : 16. Hebr. 1; 7 : 23—28; 13 : 8. Openb. 1:1—5, 11 — 14.

jezus is mensch.

Dit is even waar als dat Hij God is. „Alzoo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijnen ^eniggeboren Zoon gezonden heeft." En ofschoon Jezus Gode even gelijk was, zoo nam Hij toch de gestalte van eenen dienstknecht aan, en is •den menschen gelijk geworden, en is gevonden, in de gedaante eens menschen. Hij was voorspeld als de man der smarten, en betitelde zich zeiven ■dikwijls als den zoon des menschen. Hij werd mensch, opdat Hij de Wet, die wij verbroken hebben, zou gehoorzamen, en op dat Hij de straf zou lijden, die wij verdiend hebben. Daar niemand God zien kan, zoo heeft Hij onder ons als

Sluiten