Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de discipelen, wij zouden de Gave des Heiligen Geestes weder ontvangen. De belofte uit Matth. 18:9, 20 geldt ook voor onzen tijd. Dat wij dit nimmer vergeten! («Bidt zonder ophouden» bl. 40-43).

2. Eene Nieuwe Uitstorting des Geestes Noodig!

Niet uit den hemel, als in Hand. 2, want Hij is nog niet opgevaren ten hemel! Maar volgens Hand. 8:9; 10 en 19, De Eerste uitstorting (uit den hemel) was te Jeruzalem, dus plaatselijk. Daarna in de stad Samaria, later in Cesarea «uitgestord werd» (10:44-46). Later in andere plaatsen» ook te Efeze (19: 6). In dien zin bedoelen wij noodig te hebben eene uitstorting des Geestes, op dezelfde wijze en met dezelfde gevolgen. Hoewel dus de Heilige Geest de Samaritanen overtuigd had va» zonde, en hen nieuw leven ingeblazen had (Gal. 5:25); nochtans bezaten zij Hem niet als een Inwonend Persoon. (1 Cor. 3:16). De Heilige Geest verlangt echter, Persoonlijk in iedere plaatselijke gemeente en in ieder lid der gemeente, te komen wonen en werken.

Noot: In Hand. 4:31 is sprake van «Vervulling van GeestenKracht; dus niet van het ontvangen als Persoon (2:4) des Heiligen Geestes; want. dat zou tevens veronderstellen dat Hij hen verlaten had. (Joh. 14:16).

Noot: De Goddelijke zijde is: de Vader gaf den Heiligen Geest aan de gemeente, 't mystieke lichaam van Christus. De menschzeide: een ieder moet voor zich zeiven, in welken tijd of stad ook, den Heiligen Geest ontvangen. Derhalve is het verkeerd te beweren: «wij behoeven niet meer om den Heiligen Geest te bidden, dewijl de kerk Hem reeds eeuwen bezit». In Joh 3:16 lezen we dat God zijn Zoon gaf tot redding der wereld. Is nu de geheele wereld 'behouden; bezit nu elke. wereldling Hem? (Joh. 1:12). Immers moet een iegelijk gelooven, en Hem aannemen (of ontvangen vgl. andere vertalingen). Alzoo moet nu iedere geloovigen den Heiligen Geest ontvangen, (zie ook Torrey, Murray, Ten Brook, Dolman e.a.) Daarom elk nieuw toegebracht lid moet voor zichzelven den Pinksteren-zegen ontvangen.

IV PINKSTEREN TOT HEDEN.

Wij leven door Gods genade, heden in de «Bedeeling des Geestes» (Hand. 2:17-18; 2 Cor. 3:8; Hebr. 2:4). «Hoeveel te meer zal de «Bediening des Geestes» in heerlijkheid zijn». «Daarom begeert van den Heere regen, ten tijde des spaden regens», (Zach, 10:1). Altijd waar een dorstig volk des Heeren, bidt m het geloof, geeft God den regen des Geestes. Ook schrijver dezes mocht dat door 's Heeren genade, persoonlijk ondervinden. En prijst den Heere, duizenden lin de geheele wereld met hem.

Mr P. Bartleman schrijft in «The Elim Evangel»: «De geest van opwekking begon te verschijnen in de Eerste Baptistenkerk m Los Angeles. De predikant, Mr Smale was in Wales geweest en door het vuur aangeraakt. Een Gideon's krino- werd

Sluiten