Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

11:11-13 is hier voldoende. — Het is satan's meesterstreek, vreeze te verwekken, en is daardoor in staat vele lieve kinderen Gods, van den Vollen Pinkster-Zegen af te houden. Helaas, satan heeft zelfs onder goede-leeraars instrumenten gevonden, om deze vreeze aan te wakkeren. (Matth. 16:22-23; 2 Cor. 2: 10). Zelfs nu nog, na jaren van groote zegeningen en Goddelijke vruchten, doen vreeze en vooroordeel nog hun doodelijk werk.

Daar zijn absoluut geen Schrift- of geldige redenen, waarom de Gemeente zich niet kan verheugen in deze dagen, aangaande het bezit en beoefening van ieder Gave des Geestes. Wij prijzen God voor de Gaven onder ons! 8. Hoe kunnen wij Geestelijke-Gaven verkrijgen?

Deze «Geestelijke-Gaven» («charismata» vglk. Rom. 6:23; 2 Tim. 1:8). Zijn: «genade-gaven»; zij zijn te verkrijgen; niet te verdienen! Hoewel nu de Heilige Geest naar Zijn Wil de verscheidene gaven aan een iegelijk uitdeelt; nochtans worden Wij vermaand te ijveren naar de Geestelijke-Gaven. (zie 1 Cor. 14:1; 12:11). Het ontbrak de eerste Christenen aan geen gaven! (1:7). Lees deze tekst, en let op: «verwachtende de openbaring van onzen Heere Jezus Christ». De Gaven kunnen dus reiken tot Jezus komst. Nadat men den Heiligen Geest ontvangen heeft, kan men Gaven des Geestes ontvangen. De geloovige kan zich echter, noch vervullen met Gods Geest, noch zichzelven gaven geven; evenwel wordt hem Geboden er naar te streven. Dat ziende, zal de gehoorzame discipel zich in ootmoed buigen en God bidden, (zie 1 Cor. 14:23 vglk. 14:39). Ook hier hebben we dus eene God- en menschelijke zijde «gelijkerwijs Hij wil» (1 Cor. 12:11, 6) en «ijvert Gij naar de Gaven». (14:1, 26, 33). Voorts: Bidt en u zal gegeven worden». De Heere wil gebeden zijn. (Matth. 7:7-11).

Afdeeling C. DE VRUCHTEN DES GEESTES (Gal. 5:22) In 1 Cor. 12 hebben we negen «gaven»; hier hebben we negen «Vruchten» des Geestes. Ze zijn: «Liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid.» (vglk. Efez. 5:9).

1. Het Verschil tusschen «Gaven» en «Vruchten» des Geestes. «Vruchten» zijn een natuurlijk-gevolg van de kracht en werking des levens des Geestes, in den nieuwen mensch. Zij vergen tijd tot ontwikkeling of volrijping. «Gave(n)» worden ons op één moment geschonken. De Vruchten kunnen voortdurend gezien worden in de wandeling des Geestes (Gal. 5:13-18); de gaven niet.

2. Het Verband tusschen «Gaven» en «Vruchten» des Geestes. De Liefde is de Grootste Vrucht des Geestes (niet gave, maar

vrucht) Paulus wijdt een gansch hoofdstuk, in verband met de gaven des Geestes, aan de Liefde. (. Cor. 13). Al de gaven zijn

Sluiten