Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ning! (Matth. 28:19; Hand. 1:8; 2 Cor. 5:19-20). De üier-hoornen prediken ons het vier-Voudig-Eoangelie, n.L: 1' Jezus de Zaligmaker der wereld. T De Geneesheer der kranken. 3° De Dooper met den Heiligen Geest en 4" De Komende Koning (Matth. 3:11; 817- 20:28; 25:31). Dat Kruis-Evangelie wordt ons door vier Evangelisten beschreven. En al de geloovigen die dit Evangelie gelooven en belijden vormen tezamen de ware gemeente, de btad Gods; en de stad lag vierkant, zoo zegt ons Johannes, de ziener. (Openb. 21:16). Lees nog eens Exod. 27: 1: « 5 ellen de lengte, 5 ellen de breedte, en 3 ellen de hoogte. » 'Mm

Noot: In het getal 5 hebben we 1+4, d.w.z. 1 = God, de eerofe, de Kunstenaar en Bouwmeester van alles. (Hebr. 11:10) en 4-de Wereld, de vier windstreken. Doch hoe krijgt men 5? Door een kruis ( + ) in *t midden te plaatsen. Nu, God (1) was in Christus ( + ) de wereld (4) met zichzelven verzoenende, tot een-geheel (1 +4 = 5) makende. (2 Cor. 5:19). Gelooüende in de prediking des kruises (altaar), mogen we gedoopt worden in (3) den naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes ». O welk een heerlijke hoogte! Drie ellen hoog! « Uit Hem, door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. » (Romein. 11:36; 6:1-5; Matth. 16:21; Gal. 3:27; 4:19; Filip. 3:7-21). « Arme vijanden des kruisses! Want Christus, (ons altaar, kruis) is de Kracht Gods, en de Wijsheid Gods. » (1 Cor. 1:24; 2:2).

De hand-hoornen aan het altaar (Exod. 27:6) leeren ons: gaat heen en draagt den Gekruisigden-Christus, aan alle creaturen. ISRAËL — DE LEVIETEN. Israël had één hooge-priester. De gemeente des N.-Testamente eveneens, n.1. Christus. Was het volk Israël, een heilig volk. een priesterlijk-koninkrijk (Exod. 19:5-6). Ook wij zijn een heilig-volk, en een koninklijk-priester-dom. (1 Petr. 2:9). Had Israël slechte éémgen die tot God mochten naderen; heden zijn we allen priesters en mogen vrij gaan tot Gods genade-troon. (Hebr. 4:16; 10: 19-22).

Israël als volk was een « uitverkoren-volk ». In de Septuaginta, en ook in Hand. 7:38 « ekklesia » genoemd. De gemeente, vergadering (ekklesia) des N.-Testaments eveneens, maar, een volk uit alle geslacht, taal, en natie; een volk in Christus niet nationaal, noch internationaal, maar super-nationaal, d.w.z. in Christus valt alle onderscheid weg. (Kol. 3:1-11). . _ .

Onder het uitverkoren-üo/fe Israël, had God nog een uitverkoren stam, Levi genaamd. De Levieten waren « gegevenen », dus gaoen van God aan Israël. (Num. 3:9). Ook in de N-Test. gemeente, is eene bijzondere uitverkoren-stam (klasse), en wel om vrucht te dragen en de gemeente te stichten (zie Joh. 15:16; Efeze. 4:8-12, n.L: Apostelen, profeten, evangelisten, herders en leeraars (1 Cor. 12:28; 14:29). Deze gaven van Christus door God in de gemeente gesteld, dienen geen kerk of secte, maar het lichaam van Christus, d.w.z. de geheele-ware-kerk-

Sluiten