Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MANASSE. — VERDER VER. Manasse, helaas, hij deed dat kwaad was in de oogen des Heeren,

naar de gruwelen des heidenen Hij bouwde de hoogten weder op,

die Hiskia, zijn vader, verdorven had. Hij deed Juda dwalen en zondigen » (2. Kon. 21:1-18). Hoe groot is de verantwoordelijkheid van Koningen en Herders! — Zie Openb. 2-3, de zeven-gemeenten. Schrijf aan den « engel » der gemeente. Met opzet wordt de « voorganger ). hier engel genoemd, om de groote verantwoordelijkheid uitte drukken van het ambt. (Mal. 3:1; Matth. In den

grondtekst het enkelvoud gebezigd voor het woordje: «U ». «Ik weet uiue werken ». — Personen als een Hymeneüs, Hletus, Lhotrefes, Julianus de afvallige, e. a.; en bewegingen als Humanisme. Materialisme, Modernisme, Theosofie, enz., hebben veel schade

aangedaan. < • '• , , , ...

Gode zij dank! dat ook afvalligen na oprecht berouw en belijdenis, weder op den goeden weg kunnen komen.

JOS1A — HERVORMER. Josia, Koning van Juda, deed dat recht was in de oogen^des Heeren, hij wandelde in al den weg van zijnen vader David (l Kon. 22-1-20). 1" Hij herstelde het Huis des Heeren. T Het Wetboek gevonden. 3' Brak de opgerichte beelden. 4° En herstelde het Paaschfeest (2 Kon. 23:1-30). - Tijdens de Hervorming werd vee1 aan het Geestelijk-Huis des Heeren verbeterd De H. Schrift, Gods Woord terug gevonden, beelden afgebroken. En ook de leer omtrent het Paaschfeest gepredikt, d.w.z.: Christus is ons Paasch am, en slechts door het geloof - niet door de goede - merken vaJJRome _ in Zijn volbracht werk oP Golgotha. kunnen we zalig worden. (1 Cor. 5:7; Rom. 3:23-28). Voorts werden ook vele afgodische, Heidensche-gewoonten afgeschaft.

EZRA EN NEHEMIA — HERVORMERS. Ezra en Nehemia (óók Jozua en Zerubbabel) (Ezra5:1-2; HaggaT Zacharia). zij treden op als Hervormers in: I' Zij bouwden ClSaar; T bouwden het Huis des Heeren; ? deden behjderus van zonden en maakten eene nieuwe toewijding ™**eb°d™ vasten (Neh. 9:1-3). 4' Hielden het feest der Loof-hutten; 5 werSen daarin vreeseü k tegengestaan; 6° Deden recht aan de armen; Tscheidden zich af van de vreemden; 8' Herstelden de Tiende* 9" Mis-bruiken afgeschaft; W Gingen terug tot de H J£»g™J « Zoo verzamelde zich al het volk op de straat en zeiden tot Lzra. oen Schriftgeleerde, dat hij het Boek der Wet van Mozes zou halen. En EÏa. de priester, bracht de Wet voor de gemeente, beide mannen en vrouwen, en allen die verstandig waren om te hooren. t.n hij las daarin van het morgen licht aan tot op den middag; en de ooren des volks Waren naar het Wet boek- En zi, lazen m het Boek duidelijk en den zin verklarende, zoo maakten zij. dat men htt verstond in het lezen ... « En al het volk juichte met een groot

Sluiten