Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerst een opgave van de boeken des Ouden Testaments... Daarna: „Maar wij moeten niet vergeten ook die van het Nieuwe Testament op te geven. Het zijn: De vier evangeliën: Mattheüs, Markus, Lukas en Johannes, en dan de Handelingen der Apostelen, en de zeven algemeene brieven, namelijk: een van Jakobus, twee van Petrus, drie van Johannes en een van Judas. Behalve deze hebben we veertien brieven van Paulus: de eerste aan de Romeinen, twee aan de Korinthiërs, een aan de Galaten, een aan de Efeziërs, een aan de Philippiërs, een aan de Kolossensen; dan twee aan de Thessalonicensen en een aan de Hebreën. Onmiddellijk daarop volgen er twee aan Timotheüs en een aan Titus en ten laatste die aan Filémon. En eindelijk de Openbaring van Johannes."

„Deze boeken," voegt Athanasius er bij, „zijn de bronnen des heils, opdat die dorst heeft, gelescht worde door de openbaringen, die zij inhouden; want alleen deze boeken bevatten de onderwijzing in de godzaligheid. Laat niemand wagen iets er aan toe of af te doen!"

Volgens Tertullianus (f220) mag een geloofsovertuiging alleen dan gepredikt worden, als men er van zeggen kan: „Er staat geschreven; dat is: in de Heilige Schrift." „Wee dengene, die aan hetgeen geschreven staat iets toevoegt of iets afdoet." „Te willen gelooven zonder de Schriften, (des N. Testaments,) wil zeggen te willen gelooven in strijd met de Schriften." „Als de ketters alleen uit de Schriften hun leeringen bewijzen wilden, zouden ze gauw te schande worden." „Ik buig mij voor den rijkdom der H. Schrift, ja, meer nog: in het Evangelie vind ik het woord van den Schepper Zelf als Redder en Rechter."

Sluiten