Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet dan wanneer ons de geopenbaarde wil van God niet bekend is ?

Welnu, had Jezus de belofte dat die bittere drinkbeker in Gethsémané van Hem genomen zou worden ? Neen, die belofte had Hij niet ! Wist Jezus niet wat de uitgesproken wil van God was omtrent die beker dien Hij drinken moest ? Jawel, dat wist Hij heel goed ! Hij wist wel dat er voor Hem, blijvende in gehoorzaamheid aan den wil Zijns Vaders, geen ontkomen aan was. Waarom heeft Hij dan toch zoo gebeden ? Omdat Zijne menschelijke ziel ten zeerste opzag tegen dat vreeselijke dat te komen stond. Zijne ziele kwam er door in grooten nood, maar gehoorzaam willende blijven aan den wil Zijns Vaders, tot het einde toe, voegt Hij Zich dan ook naar dien wil en toont dit door uit te roepen : „niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede".

Moet ik nu bidden : „O God, indien het Uw wil is genees mij dan ?" Neen, en nog eens neen ! Als de begeerte tot stelen in mijn opkomt, waarom bid ik dan niet : „o God, indien het Uw wil is laat mij dan stelen ?" Omdat ik weet dat het de uitgesproken wil van God is dat ik niet zal stelen !

Welnu zoo vraag ik ook niet of het de wil van God is om mij te genezen want ik weet dat ik Hem daarmede bedroef en daarin twijfel uitspreekt omtrent Zijne Woorden, immers Hij heeft zoovele malen in Zijn Woord te kennen gegeven dat Hij het gewis doen zal. Mozes reeds begreep dit, daarom bij de ziekte van Mirjam vroeg hij niet eerst naar den wil van God, maar bad eenvoudig : „o God, heel ze toch". En Mozes-was een echte Godsman, dus mogen wij aan hem wel een voorbeeld nemen.

HOE DACHTEN EN LEERDEN ONZE VOORVADEREN OVER DE GEBEDSGENEZING ?

Ook deze vraag willen we kort in beschouwing nemen opdat men ons maar niet klakkeloos van „Nieuwlichterij" zal kunnen beschuldigen.

Wij weten dat onze voorvaderen zeer streng in de leer waren en zuiver in het geloof trachtten te zijn.

Vooral de Catechismus was voor hen (en is het voor vele

Sluiten