Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit zijn de drie voorwaarden, waarover ik wil spreken: Ten eerste: Belijdenis, ten tweede: Volle overgave, ten derde: Geloof.

1. Belijdenis.

Wanneer belijdenis onzer zonden droefheid in onze harten te voorschijn roept, die door de zonde is veroorzaakt, dan zal de bekentenis, dat gij, naar ik wensch, dat gij u nu met een rein hart voor God brengt, in uw harten het gevoel van schaamte en vernedering doen ontstaan. Dat is juist wat een bekentenis omvatten moet, wil het een bekentenis zijn, die God van U verlangt. Zulk een bekentenis moet de volgende vier gedachten bevatten:

Ten eerste: O, God, met schaamte en een gebroken hart beken ik voor U, dat ik niet vervuld ben met den Heiligen Geest, ofschoon ik weet, dat ik daarmede vervuld worden moet en zijn kan.

Het hoogmoedige en vleeschelijke hart van een geloovige zal zoo n belijdenis tegenstaan; deze belijdenis zal U wel zwaar vallen om af te leggen, wanneer gij geloovig zijt, en nog meer, wanneer gij een arbeider in het Rijk Gods zijt. Het zal des te zwaarder zijn, wanneer gijlieden reeds langen tijd het ambt van zoon arbeider bekleedt en vele jaren de plaats van een toonaangevenden broeder inneemt. Toch moogt gijlieden u aan zulk een belijdenis niet onttrekken. O, God, niettegenstaande het feit, dat ik een dienaar van het Evangelie van Jezus Christus ben, ben ik niet vervuld met Uwen Heiligen Geest. Ofschoon ik een zendeling onder de heidenen was, O, Heere, ik ben niet met Uwen Heiligen Geest vervuld. Ofschoon ik een leidende plaats inneem onder de arbeiders in de gemeente waarbij ik behoor, ben ik niet vervuld met den Heiligen Geest Hoewel ik Jezus als mijn persoonlijken Heiland sedert tien of twintig jaar kende, ben ik niet vervuld met den Heiliq en Geest.

O, God, mijn hart is gebroken voor U en ik beken U, dat, hoewel ik een geloovige en een arbeider in Uw Rijk ben, ik niet met den Heiligen Geest vervuld ben.

Verder moet Uwe belijdenis het volgende inhouden:

Sluiten