Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bedoeld, dat de engelen zichtbaar zouden worden, want we weten, dat dit slechts in bijzondere oogenblikken der geschiedenis heeft plaats gehad. Ook zou het ons niet zulk eene zaligheid verschaffen of wij de engelen al zouden kunnen zien. Eerder zouden we er door worden verschrikt en van onze roeping afgetrokken. Deze uitdrukking wil dan ook te kennen geven, dat wij de werkingen dier engelen zouden zien. Volgens Hebr. 1 : 14 zijn zij „gedienstige geesten, die tot dienst uitgezonden worden, om dergenen wil, die de zaligheid beërven zullen". En op dezen dienst wordt nu in het bijzonder in onzen tekst gewezen. Zij zijn dienaars der Goddelijke weldadigheid jegens ons. En als dienaars zijn ze opklimmende en nederdalende. Opklimmende om de bevelen Gods te ontvangen, evenals dienstknechten zich voor hunnen heer stellen om te hooren, wat zij te volbrengen hebben.» En nederdalende om uit te voeren, wat hun opgedragen is. En alzoo handelen deze dienstknechten niet naar eigen goedvinden, maar alleen wat de Heere goed voor ons acht mogen en moeten zij volbrengen. Ook kan het opklimmen en nederdalen der engelen Gods nog anders verklaard worden. De opklimmende engelen zijn dan degenen, die ons gediend hebben in het hun opgedragen werk. De nederdalende engelen zijn dan anderen, die weer tot nieuwen dienst zijn uitgezonden. Ook deze verklaring heeft veel voor en dan zou blijken, hoe er eene aanhoudende zorge des Heeren is over zijne gunstgenooten. De eene dienst is niet verricht of voor een anderen dienst staan de knechten al gereed om ons te helpen. En nu zegt de Heere, dat we dit zullen zien. Niet dus de engelen, maar dat opklimmen en nederdalen. We zullen bemerken, dat we worden geholpen op onverwachte en ongedachte wijze. En zoo, dat het steeds blijkt Goddelijke hulpe te zijn en dat we in het eene geval geholpen zijnde ook weer terstond daarop in een ander geval op redding mogen hopen. Gestadig zijn de engelen Gods opklimmende en nederdalende.

Dit zien is dan een genot, eene opmerking van den rijkdom, die van God afvloeit en ons wordt medegedeeld. Daarom is het dan ook, dat we betuigen, dat de geopende hemel ons rijke zaligheid schenkt. Nog klaarder blijkt dit, wanneer we opmerken, dat deze opklimmende en nederdalende engelen eene aanduiding zijn van de

Sluiten