Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderlinge gemeenschap, die er nu is tusschen God en de menschen. Niet slechts, dat de Heere ons' maar helpt en zaligheid schenkt; maar ook, dat wederkeerig het hart uitgaat naar den levenden God om Hem te' loven en te prijzen. Dit is dan ook een kenmerk van die bijzondere gunst Gods, die uit de opening des hemels ons toevloeit. Voorzeker er is algemeene genade en die komt ook uit den hemel. Maar indien de menschen niet nog die bijzondere gunst hebben genoten, zal de algemeene genade slechts dienen om hen meer en meer verantwoordelijk te stellen voor God. De algemeene genade zet de kern van den persoon niet om en alzoo blijft zulk een persoon afkeerig van God. Hij heeft geen lust om den Heere te vreezen. Werkt echter bij iemand Gods bijzondere genade, dan wordt zulk een persoon in het innerlijk bestaan omgezet. Dan wordt die persoon zelf een instrument om God te'loven en te prijzen. Voorzeker wordt God verheerlijkt door en in al zijne werken. En ook zal Hij verheerlijkt worden door de werken zijner algemeene genade, maar de personen zelf zullen de instrumenten niet zijn, daar de innerlijke hartverandering bij hen ontbreekt. Gods kinderen echter leeren bij aanvang en voorts meer en meer hun Schepper loven en prijzen. En alzoo is dan ook voor hen de hemel op eene gansch bijzondere wijze geopend. Zij hebben eene onderlinge gemeenschap met den Heere hunnen God. Zij mogen hunne nooden en behoeften voor den troon der genade nederleggen, er is een gemeenschappelijk omgaan als van een kind met zijn Vader. Vriendschap Gods wordt gesmaakt, zoodat de diepste geheimen voor dien hemelschen Vriend mogen worden ontsluierd. Raad en troost wordt niet vergeefs gezocht. Gebedsgemeenschap met den levenden God is het heerlijk voorrecht van zijn gunstvolk. En nu komen de engelen neder uit hun zalige rust om onze ellendigheden te hulp te komen. Maar als zoodanig zijn ze nog maar zwakke afbeeldingen van de nederbuigende liefde onzes Gods, die tot den diepstgezonkene wil afdalen en hem wil troosten met zijne vriendelijke tegenwoordigheid.

Vreest dan niet, gij verdrukten. De Heere, de God des hemels en der aarde, is uw God. Hij zal het U aan niets doen ontbreken en milde overvloed, vrede en zaligheid zal uw deel zijn in zijn gemeenschap.

Zingen: Ps. 34 : 2, 3 en 4.

Sluiten