Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn. Zijn lichaam echter, waarvan Christus het Hoofd is, geniet de volle verzorging, hulpe en bijstand dier zalige geesten. En dan niet alleen om zijnentwille, maar ook tot zijne eere. Engelen daalden neder bij zijne geboorte en een engel versterkte Hem in Gethsemané. Maar ook bij zijne verhooging wordt de hemelsche Koning door hemelsche dienaren begeleid. Bij de opstanding toch en de hemelvaart zijn het de zalige engelen, die luister bijzetten en den lof des Zaligmakers vermelden. En evenzoo is ook de dienst, die door de engelen geschiedt aan 's Heeren lichaam, tevens met het doel om Hem te eeren, die eene zaligheid heeft bewerkt, waarin de engelen begeerig zijn om in te zien. Zijne eeuwige zondaarsliefde, zijne volmaakte gehoorzaamheid, zijne ondoorgrondelijke genade en barmhartigheid, ziet, alles is stof te over voor deze zalige geesten om Hem lof en eere toe te brengen.

En alzoo wordt volbracht in Christus, wat in het visioen aan Jakob is afgebeeld. We lezen toch in Genesis 28 : 12, dat Jakob droomde; „en ziet, eene ladder was gesteld op de aarde, welker opperste aan den hemel raakte; en ziet, de engelen Gods klommen daarbij op en neder". Deze droom was voor Jakob eene openbaring. God van den hemel toonde dan nog gemeenschap te kunnen hebben met menschen, met zondaren! Jakob zelf was een sprekend bewijs van die ontferming Gods. Zijn leven was onoprecht geweest. Met bedrog had hij den zegen zijfis vaders ontvangen en thans moest hij vluchten om de wraak zijns broeders te ontgaan. En nu openbaart zich de Heere aan dezen vluchteling. Hij toont nederbuigend, ontfermend te zijn. Ja, zelfs engelen, de dienstknechten des Allerhoogsten, worden aan Jakob getoond, terwijl zij ten zijnen dienste op en neder klimmen. Deze openbaring is een wonder van genade en daarom ook voor Jakob eene stoffe van overpeinzing. Hoe kon dit mogelijk zijn! De Heere zelf gaf hem hierop het antwoord, door in dezen zelfden droom zich aan hem te openbaren als „de Heere, de God van zijnen vader Abraham, en de God van Izak". Het kon dus alleen geschieden uit kracht van Gods Verbond, dat in den beloofden Messias ten volle zou worden geopenbaard. Jakobs droom was nu de werkelijkheid niet, maar slechts de afbeelding. En als zoodanig gelooft Jakob ook. Hij gelooft, ziende op den komenden Middelaar. Dien Middelaar zag hij op zijn sterfbed als uit Juda

Sluiten