Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voorzeker heeft de Heere gegronde reden om deze aanbieding in den vorm eener vraag te doen! Niet, dat aan zulk een vorm de redding zelf hangt, maar toch leert het ons, dat de Heere wil redden op eene zoodanige wijze, dat wijzelf werkzaam gemaakt worden.

Ziet, deze vraag wekt allereerst de opmerkzaamheid van den lijder. Nog nooit was deze vraag op zulk een diep-ernstigen toon tot hem gekomen. En waar hij in vroegere jaren nog wel op beterschap had gehoopt of tenminste de gedachte aan eene wedergekeerde gezondheid nog wel eens oprees, daar was nu al sedert lang alle hoop vervlogen en werd aan mogelijkheid van herstel zelfs niet meer gedacht. En ook zou niemand dezen ongelukkige over herstel durven toespreken, wetende dat het slechts een spotten zou zijn met den ernst van zijn toestand en alzoo eene grieving te meer, een verzwaren van zijn smart. Wanneer derhalve op zoo ernstigen toon de vraag tot hem komt: „Wilt gij gezond worden?" dan is dit iets zeer opmerkelijks; dan wordt, waar, alle reden tot grieving door den ernst van den persoon verre wegvalt, de hope verlevendigd. Van onder de asch, diep, zeer diep, verscholen, brengt deze vraag nog een vonkske, hoe klein ook, te voorschijn. En waar alzoo opmerkzaamheid eh hope worden opgewekt, daar komt tevens weder het verlangen naar redding te voorschijn. Er komt weer leven in het matte oog, een blos speelt even op de uitgeteerde kaken! Zou 't mogelijk zijn? Zal mij nog weergegeven kunnen worden de zoete genieting der gezondheid? O, 't is toch geen bedrog? Neen, daar staat Hij zelf. Hij vraagt mij: Wilt gij gezond worden ? Welk een lichtstraal in mijne duistere ziel! Maar ach, weder komt hem het ongeneeselijke zijner kwaal voor de aandacht. Neen, het kan toch niet! En toch — de aanbieding is geschied en is van kracht. Ook voor U, al zijt ge ongeneeslijk!

En zoo ook komt Jezus in den tegenwoordigen tijd door de bediening des Woords tot de kerk, tot staat, maatschappij, school, huisgezin en ieder persoonlijk met de zoo ernstige aanbieding van redding in den vorm van eene vraag: „Wilt gij gezond worden?" Moet zulk eene vraag geene opmerkzaamheid wekken? Bemerkt ge dan niet, gij kranke maatschappij, dat hier de ware Geneesmeester spreekt? En waar ge reeds lang aan herstel hebt leeren wanhopen, is bij het hooren dezer vraag het verlangen naar redding niet verlevendigd?

Sluiten