Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ueerwaarde een of meer Leeraars uit uwe Kerk aanwijzen, of uw eigen persoon beroepbaar stellen en in onze Kerk dienen, zooals die thans bestaat, dankbaar zullen wij dit erkennen en aan de onderscheidene vacante Gemeenten dezer Republiek dit bekend stellen, ten einde een wettig beroep op een of meer der door Ueerwaarde ons aangewezen Leeraars of op uw eigen persoon uit te brengen.

Aangenaam bovenal zou het ons zijn indien Ueerwaarde besluiten kon, om uw persoon voor een onzer Gemeenten beroepbaar te stellen, daar wij Ueerwaarde hebben leeren kennen als een Herder en Leeraar, met wiens prediking van het Evangelie wij niet alleen volkomen tevreden zijn, maar openhartig betuigen, dat uwe troostrijke Evangelietaai onze harten geheel in liefde voor uw persoon heeft ingenomen.

Weleerwaarde Zeergeleerde Heer, Hooggeachte Broeder in onzen Heere Jezus Christus. Met hoogachting en heilbede voor u en de uwen, noemen wij ons, namens de Algemeene Kerkver• gadering bovengenoemd, Ueerwaardes Dw. Dienaars en Broeders in den Heere, (Get.) D. VAN DER HOFF, V D.M., en

Praeses der Vergadering. Gedaan te Pretoria, den llden Januari 1859.

In die zelfde Zitting heeft de Eerwaarde Heer Postma het navolgende geantwoord:

Hoogeerwaarde Vergadering!

Het doet mij innig leed, dat ik mij, vo'gens Gods woord, niet gerechtigd acht, om Ueerwaarde als Algemeene Kerkvergadering;, onder uw genomen besluit, met het oog op de geopenbaarde gevoelens, de hulp onzer Kerk toe te zeggen. Ik acht, dat ik gisteren dit genoeg uit Gods woord en de Gereformeerde Kerkregeering heb aangetoond, daarom zal ik hierover nu niet meer uitweiden. Ik hoop men zal mij hebben verstaan, Bij deze gelegenheid betuig ik allen, die mij hunne vriendschap bewezen hebben, mijnen hartehjken dank. Tevens betuig ik mijnen hartehjken dank aan Leeraar en Kerkeraden, die mij met hun vertrouwen hebben begiftigd, en niet minder betuig ik dit aan de Burgerlijke Autoriteiten, die mij met zooveel erkentenis hebben vereerd.

En van harte reik ik ulieden, in de overeenstemming van het waar geloof, de broederhand, ea hoop door Gods genade dit altoos mijnerzijds met der daad te betoonen.

Sluiten