Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 6.

Voorgelezen het stuk van de Overheid en luidt als volgt t "Gouvernementskantoor,

Pretoria, den 23sten September 1859.

Aan den Weleerwaarden heer D. Postma, V.D.M., te Rustenburg. v Weleerwaarde Heer! De Uitvoerende Raad der Zuid Afrikaansche Republiek heeft in hare besluiten van den 19den September 1859 ook het volgende besloten: Om, ten einde een middel aan de hand te doen om de bestaande oneenigheid in de Kerk op te heffen, de beide Kerkeraden, zoowel van de zijde van onze Kerk als van die van den Weleerwaarden heer D. Postma, te verzoeken, om op Maandag, 21 November 1859, te Rustenburg bijeen te komen, ten einde een middel te beramen om de bestaande geschillen te doen ophouden.

De Uitvoerende Raad verzoekt Ueerwaarde derhalve ook aan dit verzoek te willen voldoen, en twijfelt niet of Ueerwaarde zult tot volbrenging van den inhoud van dit besluit wel zooveel mogelijk willen medewerken, ten einde de eendracht in onze Republiek te helpen bevorderen. Ik heb de eer te zijn, Weleerwaarde Heer, Ued. Dw. Dienaar,

(Get.) M. W. PRETORIUS, President.

„ ST. SCHOEMAN, Lid van den Uitvoerenden Raad en Kommandant Generaal."

En het stuk, dat wij heden van Ds. van der Hoff ontvingen, luidt als volgt: "Aan den Eerwaarden heer D. Postma. Eerwaarde Heer!

Bij dezen heb ik de eer u te doen toekomen een uittreksel uit de notulen van de Algemeene Kerkvergadering der Nederduksch Hervormde Kerk alhier, gehouden te Pretoria, den 13den September 1859.

"De zaak in betrekking tot de kerkelijke scheuring alhier, door het oprichten eener Christelijke Gereformeerde Kerk, onder leiding van Ds. Postma, werd behandeld nadat Zijneerwaardes schrijven, gedateerd Rustenburg, 1 Augustus 1859, aan de Vergadering was voorgelegd. Hierop werd

Sluiten