Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Memorie luidt als volgt:

Aan den Hoog Edelen, enz.

Hoog Edele Heeren!

Ondergeteekénden vernomen Hebbende, dat er binnen kort eene Raadszitting zal gehouden worden, gevoelen zich gedrongen eenige opmerkingen in uw midden te brengen, met het nederige en vriendelijke verzoek deze onze opmerkingen wel in overweging te willen nemen.

1°. Daar onze Algemeene Kerkvergadering bepaald is, zoo de Heere wil, in de maand September e.k., en het ons niet mogelijk i»-vóór de te wachten Raadszitting, die te zamen te roepen, nemen wij de vrijheid ons persoonlijk gevoelen Uhoogedelen bekend te stellen.

2°. Herinneren wij aan al de bekendmakingen en billijke vertoogen, die van onze zijde al sedert ruim twee jaren zijn ingediend bij de Hooge Regeering dezes lands, waarop wij nog nooit een gunstig antwoord hebben ontvangen.

3°. Dat bij onze menschen groote ontevredenheid begint te ontstaan, dat zij gewillig opbrengen voor Kerk en Staat, en moeten zien, dat al het geld voor de Kerk bestemd, aan de ééne zijde wordt uitbetaald.

4°. Raden wij de Hooge Regeering dezes lands, dat de Regeering niet meer heffe voor de Kerk, maar besluite dat elke Kerk voor hare eigene belangens zorge, onder geleide van hare Opzieners en Diakenen. Dit is naar het Woord des Heeren, zie Gal. 6 : 6. "En die onderwezen wordt in het Woord, deele mede van alle goederen dengenen, die hem onderwijst;" vergeleken met Matt. 10 : 10b, "W*nt de arbeider is zijn loon waardig." En 1 Kor. 9:11.

5°. Dat de Overheid van het trouwen ook niet meer heffe dan voor de politieke kas, en late het aan elke Kerk zelve over, wat die van hare leden van elk huwelijk' al of niet als eene bepaalde opbrengst voor de Kerkekas wil vaststellen.

6°. Dat men ook een besluit neme dat de geboden moeten gaan in die Kerk waartoe de betrokkene personen behooren, overmits hierin een zedelijk belang gelegen is, naardien de leden bij hunne eigene Kerk het best bekend zijn.

De Hoog Edele Regeering houde zich overtuigd, dat wij

Sluiten