Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zesde Algemeene Kerkvergadering te Rustenburg, den 27 September 1861.

Art. 4.

a. Op het laatste verzoek aan de Regeering is het volgende antwoord ingekomen:

" WelEerw. Heer Ds. D. Postma, te Rustenburg. WelEerwaarde HeerI

In antwoord op U Weieerwaardes Memorie, onderteekend door onderscheidene burgers, de dato 24 Juni en 6 Juli 1861, heb ik de eer te antwoorden: dat de Uitvoerende Raad volgens Art. 23 der Gnondwet niet bevoegd was aldaar een definitief antwoord op te geven, en het daaroa ingevolge dat artikel ter overweging aan de Weleerwaarde Algemeene Kerkvergadering voorgelegd heeft.

Dat de Uitvoerende Raad niets liever wilde zien, dan eene bestaanbare vereeniging der gemeenten in onze Republiek en immer zijn streven zal zijn, daartoe mede te werken.

Om afle1 verkeerde indrukken, die zouden kunnen aanleiding geven in de gewigtige zaak te vermijden, heb ik tevens de eer de Correspondentie (*) te zenden óiesevnerd is tusschen ons en de Weleerwaarde Algemeene Kerkvergadering, waaruit U Weleerwaarde kunt zien, dat de Batroerende Raad niet verder heeft fatnnen gaan dan de Wet hem zulks toelaat.

Ik heb de eer te zijn,

Weleerwaarde Heer! U Weieerwaardes Dw. Dienaar, (Get.) ST, SCHOEMAN, Fungeerend President. „ H. STIEMENS, Gouvernements Secretaris."

Ter verpozing gezongen Ps. 81 : 15 en gebed door den Leeraar.

Ingevolge de laatst voorgelezene stukken wordt ernstig en veel gesproken.

De Vezgtóering wordt, na gebed, één uur opgeschort.

Weer bijeengekomen, heropend met het zingen van Ps. 86 : 6 en gebed door den Leeraar.

(*) De hUrin gemelde Correspondentie is ook bij de Kerkelijke Stukken voorgelezen en bij dezelve gedeponeerd.

(Get.) D. POSTMA.

D

Sluiten