Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

» Gij, teederc bloempjes !" zeide theone bij het aanschouwen der zelve, > schijnt mij een beeld dier stille liefde te zijn, die het jeugdige hart raak zoo rein doorgloeit; zij toch is de schoonste hemelbloesem, die het leven met haren glans versiert, en zij gloeit immers nog tot over het graf? Als deze bloesem geknakt wordt, dan heeft het hart zijne hoop, het leven op deze aarde zijne waarde verloren ! —

> Zóó kaatst uw kleine kelk immer het schoone beeld der vriendelijke zon terug, tot gij in het stof ter nederzinkt, om, als de lente weder -nadert, te herbloeijen, en haar heerlijk beeld van nieuws weêr op te vangen. En dan is uw klein bloemenaangezigt immer naar het oosten gerigt, van waar dit schoone hemellicht zegen verspreidend te voorschijn treedt, en immer volgt uw liefelijk bloemenoog haren stallen gang, als wist gij, dat gij slechts van haar leven en licht ontvangen kuntlJ' —

> Misschien," dus-vervolgde zij, » rust onder den heuvel, waaruit gij ontspruit, ook een jeugdig hart» waarin het hemelsche beeld eener stille en .reine liefde bloeide, die hier op aarde niet mogt bekroond worden, omdat zij te schoon voor dezelve was, en dat daarom reeds vroegtijdig naar betere gewesten afgeroepen werd, opdat het daar! heerbjker wedervinden zoude, wat deze aarde aan het stil,hopende hart ontzegd had, en ook slechts onvolkomen bieden kon 1"

Toen viel theone's blik nog eenmaal op de Viooltjes, en zij bemerkte nu in elk der kleine kelkjes een zilveren dauwpareltje, die, door de heldere zon be-

Sluiten