Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en in eeuwigheid schittert, opdat gij daardoor den mensch van de vreugde dezer aarde, die slechts vergankelijk is, zoudt aftrekken, en hem zijn Hemelsch Vaderland herinneren. D schonk ik het vriendelijk licht der stille maan, dat de lijdenden door haren zachten glans verkwikt, en de tranen der smart en der gekrenkte liefde stilt.

In uwen donkeren mantel hulde ik mijne twee schoonste gaven: den slaap en den dood. De eerste neemt de van de vreugde en zorgen des dags vermoeiden in zijne vriendelijke armen, en verkwikt hem door eene zachte sluimering; hij spiegelt den sluimerende de liefelijke beelden van het verledene en der toekomst in vernieuwde schoonheid voor oogen; hij doet hem het leed vergeten en in zoete vergetelheid verzinken , tot het morgenrood hem tot nieuwe vreugde, maar ook vaak tot nieuwe zorg en smart wekt.

De tweede neemt den sterveling, na zijne vermoeijende levensreis, in zijne vriendelijke armen, waaThij nitrust van de stormen des Tevens; hij legt hem op bloemen, en rukt den sluijer van de verdonkerde oogen des pelgrims, terwijl hij hem wekt uit den zwaren droom des levens, opdat hij den glans van het eeuwig morgenrood aanschouwe. — Daarom treur niet meer, o stille nacht! want onder uw nederig gewaad zijn mijne schoonste gaven verborgen!

Van toen aan bewandelde de nacht getroost en bemoedigd haren stillen weg, en zoekt nog steeds» wien zij vertroosten en verkwikken kan.

Daarom treur niet, gij, die hierop aarde een hart, vol gevoel voor het schoone, in een gering schijnend

Sluiten