Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maakt beeld van een Gemeenebest aanschouwen, o ga dan naar de mieren. Daar, zoo ergens, is Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap, en dat zonder Grondwet. Daar gaat elk zijn' eigen' gang, en ieder werkt toch voor het geheel, en dat zonder belasting. Vindt de een wat, straks roept hij zijne makkers, en alle reppen zich naar den buit, slepen hem in hunne voorraadschuren, en dat zonder eigenbelang. Hun nest is eene stad met straten en gebouwen, voorraadschuren, slaapvertrekken, eetzalen, kinderkamers, en misschien zelfs raadzalen, en dat alles ten gemeenen beste, zonder eenige politie. Het is alles vrije wil, vrije liefde. De een komt den anderen niet tegen, of hij drukt hem broederlijk in de armen, neemt hem op, draagt hem eene wijle verder, en gaat zijn' gang weder.

En waarop rusten nu de grondzuilen van dit Gemeenebest? Slechts op deze kleinigheid: dat zij den langen winter o verslapen, om zich van ijlhoofdigheid te genezen; meer echter nog, dat alle hoogvliegende karakters binnen korten tijd vleugelen ontvangen, en zoo op eigene kosten zich in de hoogte verheffen. (*) Het ware anders ook wel onmogehjk, een Gemeenebest op aarde staande te houden; want, of 's levens onrust, of de eerzucht des enkelen, zou steeds ook de hechtste grondzuilen van zulk eenen Staat vernietigen. Het schijnt dus, of de Natuur zelve, lagchende met 'smenschen ijdelen droom van Vrij-

(*) Volgens sommige Natuurkundigen, ontvangen de oude mieren vleugelen.

Sluiten