Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opspringen en langzaam heen en weder loopen, alsof hij ongemak aan den voet had, en zoo den jager steeds uitlokken, en hem tot zich laten"itaderen, maar dan ook weder ontsnappen, en dat zoo lang, tot de muis ondertusschen het net doorknaagd, en de schildpad zich in het woud verborgen had; alsdan wilden zij plotselijk zich alle van daar spoeden!'n

En zoo als zij besloten hadden, deden zij ook. Be jager wierp de schildpad terstond ter neder, en snelde het hert achterna. Toen echter de schildpad en de muis in zekerheid waren, rigtte zich het hert snel overéind, en spoedde zich in een oogen» blik nit het oog van den jager weg, en kwam met zijne makkers weder bij de oude woning. En zij verheugden zich alle, dat zij zich door onderlinge vriendschap hadden kunnen redden. '•

45.

De vier Eikeis.

Eene fabel.

Statig verhief ziöh «en majestueuse eik aari de zijde van eene 'helder vlietende beek, en overséhs-^ duwde, met zijne1 Wijd uitgebreide kruin, aan de eene zijde een gedeelte der stille bouwvallen van een oud kasteel, terwijl aan de, andere een breede weg langs zijnen voet heenliep. —

Toen het tijd was- van vruchten voortbrengen, en' al de boomen, heinde en verre, beladen waren met

Sluiten