Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de groote gedachte; daar helpt niets, dan de Almagtige- hand Desgenen, die vérhicuwt; Rij is het alleen, die zulk een gemoed nabijkomen kan, die hetzelve in de Majesteit3 zijns Alvermogens kan doorzuiveren. Gelukkig de mensch, die dat aangaande zich zeiven beseft! Gelukkig hij, die aangaande den eigen' bodem zijns gemoeds niet te hoog denkt, die de plant kent, welke, vruchteloos en nutteloos in zich zélve, steeds daar wasi, waar zorgelooze verwaar]oozing en traag" held' heersehf j^dïe medewerkt met Dengenen, die' steeds het mindere doet'wijken, het'schuldige vergaan ; met Hem, die den akker bemint, waar het heerlijke zaad kostelijk gedijt, maar ook 'dien akker" draagt, waar slechts stootpollen groeijett!' i o Hoe zeer, op Hém ziende, betaamt het eii1, %tf alles verdraagzaam, zachtmoedig en Volijverig te zijn, bedenkende, dat nimmer eenige arbeid onder zijn bestuur en zegen te vergeefse» is; maar dat slechts rust en tevredenheid grenzen aan verwaarloozing en jammerlijken teruggang!

47.

Het gebeurde mij eens, dat ik vele dagen lang weemoedig gedrukt ging onder eenig gevoel van onverdiende miskenning. Ik ontveins niet, dat deze toestand iets zoo onaangenaams bezit, dat ik zelfs iii sommige oogenblikken mij niet van bitterheid weerhouden konde. Hetgene mij het meeste griefde', Mag de koude hand geweest zijn, die het warme hart overal terugstiet.

Sluiten