Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dan, als de gansche Natuur, bekoorlijk getooid, wacht op de komst des bruidegoms, verschijnt zij aan de oosterkimmen.

Ter naauwer nood is de zon opgerezen, of de vogelen verheffen hunne stem tusschen het geboomte; de visschen en alle gedierte in de wateren leven op.

Het is het werk van den vijfden dag. Nu spreidt zij hare warmte alom, en de dieren des velds ontwaken. Op het gezigt der zon, gaan de wilde dieren terug naar hunne holen, en alle andere begeven zich naar de velden, totdat eindelijk de mensch, do laatste van alle, te voorschijn treedt.

Hij ziet de aarde in al hare liefelijkheid, den hemel in zijne volle pracht, en treedt de morgenzon, haar zegenende, te gemoet. Dit is het laatste.

Op den zesden dag gebeurde het; maar bet is ook het laatste werk van den opkomenden dag. Eiken morgen geeft ons echter in het klein dat •cheppingstooneel weder.

De opkomende dag is in het kleine, wat de schep-» ping in het groote was. En zouden er voor deze inrigting geene gewigtige doeleinden bestaan? Zou het slechts een bloot toeval zijn? — o Neen!

Het is opdat de mensch eiken dag zich van nieuws herinnere de grootste en gewigtigste waarheden, Welke hem tot leidstarren op zijnen weg dienen moeten.

Die doeleinden zijn:

I. Dat in eiken morgenstond van nieuws de gedachte in ons verlevendigd worde, welke ons in den opkomenden dag wordt afgespiegeld. De schepping

Sluiten