Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vatten, voor de gezamenlijke Oudheid waren de 19- en 50- (tweemaal 25) jarige perioden de rijkste van beteekenis, de gewigtigste. Op het einde van den 19-jarigen tijdkring vierden de Hyperboreërs even zoo in beeldtenis de verschijning van God op aarde, als de Joden zulks zinnebeeldig deden bij het einde van het 50"le kerkjaar. 222 twaalfde deelen van het zonnejaar gaven de meermalen gedachte 18\ -jarige maanperiode. Nu was die tijd, waarin chbistos leefde, in al deszelfs enkele deelen gelijk: vooreerst, eene week, van welke iedere enkele dag de 600 -jarige zonne- en maanperiode in zich bevatte; ten tweede, een kerkjaar, waarvan elke dag een jaar van Jupiter bedroeg. Verder kwam dezelve overeen met eene 18T|-jarige maanperiode, van welke iedere dag een jaar van Venus, elke week een jaar der Asteroïden, (*) elk tiende deel eene maand des jaars van Mars, en elke maand het gemiddelde uit de beteekenisvolle 18T|- en 19-jarige maanperiode was. Hij strookte eindelijk, en dit is het merkwaardigste, met den tijd van eenen jubelkring, waarvan elk jaar een'jaar van Uranus was, of ook met eene periode uit zevenmaal 7 maanjaren, en dus uit 7 Sabbatskringen bestaande, van welke elke dag een jaar van Mercurius, elke 7-weeksche cyclus een jaar van Jupiter bedroeg; en

(*) Bet gemiddelde uit bet getal der, omstreeks dien tijd der wereld, voleindigde omloopen van alle vier de Asteroïden, Vesta , Juno, Pallas en Ceres, is 982; ge vol gelijk, betgene opmerkenswaardig is, bijna juist zooveel, als bet 222*tc deel van 4180 jaren weken of Sabbatten bevat.

12

Sluiten