Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jes wegvarende scheepjes. Ja, wel dacht de Dichter dan: » Des menschen dagen zweven heen als gindsche Nijl rietscheepjes; niets is zoo spoedig voorhij,..zoo ras vergeten, als de weg van den sterveling op aarde."

Job VI: 15—21. Eene winterbeeh,

» Mijne broeders zijn trouweloos, gelijk eene winterbeek;

Als opgezwollene beken, die hare oevers overstroomden ;

Die troebel waren van ijs, waarin de sneeuw zich stortte.

Zoo ras de slag der zon haar trof, zijn ze uitgedroogd.

Door de hitte zijn ze uitgcdelgd uit hare plaats. ' De reizigers wenden hunnen weg ter zijde van haar af,

Begeven zich diep in de wildernis, en komen om.

Thema'8 karavanen zien naar haar om.

Scheba's kooplieden maakten staat op haar.

Zij staan beschaamd om hun vertrouwen.

Zij komen aan haar bedde en zijn schaamrood.

Dat zijt gij nu voor mij, — niets!

Gij ziet den schrik, en deinst terug."

Sluiten