Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spraak te ontleenen, voor ons is zulks ook vreemd; wij, die de gelijkenissen slechts bezigen ten betooge, en dan nog gemeenlijk er bijvoegen: alle gelijkenis hinkt; (*) niet aldus was het ten tijde van job, toen voerde de Natuur, ofschoon geheel onderscheiden van de fabelwereld der Ouden, echter als bezielde wereld eene spraak Gods tot den mensch.

Hoe job deze Natuur beschouwde ^ leert ons, weL is waar, het gansche Boek; edoch hij heeft het rijkste en diepste bewaard voor het laatst, waar bij de Godheid zelve invoert, als ontvouwende, welke gedachten Zij in het al der dingen nedergelegd had» Uit dit laatste verhevene oogpunt betaamde het do» ook den sterveling het geschapene te beschouwen. Het was Gods wil, Gods -gedachte, en dus de Eeuwige Wijsheid zelve, van dewelke job zoo schoon zingt:

> Maar de wijsheid, waar is zij te halen ? Waar is de woonplaats van het beleid? Verholen is zij voor alle aardbewoners; Voor 's hemels gevogelte is zij onbekend. Vernietiging en dood betuigen: Hit hebben onze ooren op eenen verrén afstand van haar vernomen:

Elohim kent haar' weg."

Deze wilde, dat de mensch de zigtbare wereld zoude beschouwen als beeld der onzigtbare. Uit. hetgene het oog zag, het oor hoorde, moest hij op-

{*) Omne simile claudicat.

U

Sluiten