Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Oneindigen zal vernemen, verschijnt God en spreekt» e! Hoe verschillend is Jehova's rede van die van iiihd ! Hoe krachteloos nog is deze tegenover de beknopte, majestueuse donderspraak des Scheppers I Hij zintwist niet; Hij voert eene rij van levende beelden aan; Hij omringt, overvalt, overweldigt job met zijne levende en levenlooze schepping.

Zoo luidt het, job XXXVIII: » Zoo sprak des Heeren woord,

En kwam in stormgeloei tot 't menschlijk oor van job: Wie is dat, die Gods raad verduistert door zijn rede? Met woorden toch, waaraan de wetenschap ontbreekt! Maar gij , wees gij een man, gord u en sterk uw lendnen,

En onderrigt gij Mij op 't geen Ik vragen zal: Waar waart gij, toen Ik lei des aardrijks fondamenten ?

TCom, zeg het Mij, en toon, dat gij verstandig zijt: Wie heeft haar maat bepaald? Dat zult gij toch wel weten!

Of wie, wie spande 't snoer hij d'aanleg van haar' bouw? Hoe diep is fondament en. zuil toch wel gegrondvest ? Of wie lei d' eersten steen, het hoekpunt van haar kracht,

Toen 't morgensterrenheir in koor een lied deed hooren,

En alle kind van God een blij gejuich verhief?"

Alle Natuur- en Meetkunde van onzen tijd wordt nietig bij het beschouwen van zulke beelden uit de oude Natuurpoëzij of poëtische natuur der aarde. Als een huis wordt zij uitgemeten, gegrondvest, het

Sluiten