Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eens den naam van dichtkunst toestaan, en er slechts éene koude didactiek van onbeschrijfbare zaken en vormen in vinden.

Dat zou waar zijn, als het eene matte, langwijlige, koude schildering ware; maar alles is hier poëzij. Zij bezielt de dingen; zij stelt dezelve als werkende wezens voor. De aarde is een paleis, welks hoeksteen door den Huisvader gelegd wordt, terwijl al de kinderen Gods daarbij vrolijk juichen; de oceaan wordt als een kind geboren en gebakerd ; de dageraad werkt; de bliksems spreken. Het is beeld op beeld; alles is dichterlijke voorstelling van personen , en dat maakt die poëzij zoo levendig. De ziel wordt door zoodanige taal medegevoerd; zij stelt zich de voorwerpen als bezielde wezens voor, terwijl zij derzelver werkingen gadeslaat; lange beschrijvingen zouden haar veeleer van dezelve aftrekken en hare krachten afmatten; zij zouden haar slechts ijdele klanken, afgetrokkene misvormde schaduwen der gedaanten voorstellen ; nu ziet zij werkelijke wezens voor zich.

Maar wie kan ook als een Oosterling dichten ? Welke taal zou de gedachten durven inkleeden van eenen oceaan, in doeken gewikkeld als een kind, van tuighuizen met sneeuw en hagel, kanalen voor de wateren in den hemel ? — Elke taal echter, elke natie, elke luchtstreek heeft hare eigene maat, hare eigene bronnen en de bij haar geliefkoosde dichtsoort. Het zou slechts eene ellendige armoede te kennen geven, wanneer men bij zulke verafgelegene volken te leen wilde gaan; maar denzelfden weg

15*

Sluiten