Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gij echter zet uw' weg alleen daarboven voort j

Wie kan u in uw' loop verzeilen?

Den bergeik velt de tijd;

De bergen zelfs verdwijnen met de jaren;

De zee krimpt in elkaar, en groeit ook weder aan.,

En aan den hemel raakt de maan zelfs wel verloren:

Alleen gij blijft, in vreugd dezelfde, die gij waart,

In glans uw' loop behouden.

Als de aarde in 't donker ligt, door stormen straf gegeeseld ,

Als donder rolt en bliksem vliedt,

Dan uit de wolken blikt ge in uwe schoonheid neder,

En gij belacht den storm.

Maar, ach! op ossiaw werpt gij vergeefs uw blikken,

Hij ziet niet meer uw stralen,

Of nu uw gouden haar op oosferwolken krulle

Of dat gij trillend aan de poort van 't westen staat.

Welligt zijt ge ook, als ik, Slechts voor een' tijd,

En uwer jaren tal zal ook een einde hebben ;

Dan zult gij ook in uwe wolken slapen,

Zorgloos, totdat de stem des morgens u weêr wekt.

Verheug u thans, o Zon ! in uwe kracht der jeugd;

Want de ouderdom is droef en donker:

Hij is als 't schemerlicht der mane,

Als 't door gebroken' wolken heenschijnt,

En nevel dekt den top der heuvels;

Den adem van het noord zien we over 't vlakke veld;

De wandelaar verkleumt in 't midden van zijn' weg."

Sluiten