Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«Hoe kostelijk zijn ons, o lieer! deze uwe gedachten , en hoe ondoorgrondelijk deze uwe wegen ! Wie is wijs, die neme deze dingen waar, en lette vers tan» dig op de wijsheid en goedertierenheid Gods, JPs. CYTI: ■43, die ons, hoewel wonderbaarlijk, zal leiden door zijnen raad, en daarna opnemen in zijne heerlijkheid, Ps. LXXIII: 24! Dat wij slechts onze zielen bezitten in lijdzaamheid, zelfs wanneer de fleer tegen ons worstelt; het is maar om een' avond, om een oogenblik te doen, en er zal een overwinnende dageraad, een vrolijke morgen, eene eeuwige ontferming, eeuwige vrede, eeuwige blijdschap op volgen, «s. LIV, 7, 8, en jes. U:> 11. En Gij, o Heer! geef nu en altijd heil! Och, Heer! geef nu en altijd voorspoed! Ps. CXVIII : 25. Verblijd ons eindelijk naar de dagen, in dewelke Gij ons drukt, naar de jaren , in dewelke wij het kwade zien ! De liefe^ lijkheid des Heeren onzes Gods zij over ons, en bevestig Gij het werk onzer, ja veelmeer uwer handen over ons! Verzadig ons in den mqrgenstond, in den dageraad met uwe goedertierenheid, zoo zullen wij juichen en verblijd zijn in al onze dagen! JPs. XC : 14—17. Ja! zoo zullen wijU vrolijklove»in eeuwigheid, en gelijk wij nu roepen in onzen strijd: » Hosiannah ! Hosiannah !" alzoo zingen wij eeuwig bij onzen triomf, > HaUelujah, hallelujah !" "

En nu besluit hij het geheel met dit voortreffelijk gebed :

» Gezegend zij de Heer, mijn rotsteen, die mijne handen onderwijst tot allen geestelijken strijd, mijne vingeren ten oorloge tegen Hem zeiven ! Mijne goe-

Sluiten