Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onweder, waaromtrent ons vs. 31 zekere bepaling schenkt, niet in de stallen, maar op het, veld. Daarmede stemmen onze berigten van elders overeen ; welke overeenstemming zooveel te gewigti°er is, wegens den korten tijd, dien het v eczich buiten ophield. Niebohr zegt, in zijne Reisb°schr., I, p. 142: • In de maanden Januarij , Februarij, Maart en April gaat het vee in de weide, terwijl het zich anders verscheidene maanden met droog voeder moet behelpen." Hetzelfde getnigt ook de Schrijver van den Egyptischen Kalender, in de Jfotiees et extrails, T. I, p. 252. Ook volgens de Descr., T. XÏÏI, p. 126, bekomt het vee slechts vier maanden lang groen, den overige»'»*ijd droog voeder.

Van niet weinig aanbelang is de tnsscheningevlocb-» tene aanmerking des-Schrijvers, in Hoofdst. IX:3I en32: »En het vlas en de gerst werden verslagen; want de gerst was rijp en het vlas had knoppen. Maar de tarwe en de spelt werden niet geslagen; want die komen later." Bij J*et overzigt van hetgene reeds verloren was, en van dat, wat, in het geval van voort» durende hardnekkigheid, nog te verliezen was, worden hier, ten eerste, die voortbrengselen genoemd, van welke het wel of kwalijk varen van Oud-Egypte afhing. Men leze over de spelt, als een der gewigtigste voortbrengselen van het oude Egypte, zijnde de spelt het koren, waarvan de Egyptenaren hun brood bakten, herod. , II. 36; voorts zie men ook de 77 VoorsteUingen van den ïdasoogst, bij Rosïu.wr, II, fk 3*8, ff. Be aanbouw van dnrrah, van welks brood de geraeene man thans voor het grootste gedeelte

22

Sluiten