Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van die bijbelvrouw te Londen in dat vertrek, waar vier gezinnen huisden, ofschoon er nauwelijks plaats was voor éen. Eerst scheen niemand van haar woord gediend. Een zelfs was er die haar de deur begon te wijzen. Maar daar richt zich een forsche gestalte op uit den hoek en roept de overigen toe: "laat haar begaan. Zij is de eerste die ons over onze ziel komt spreken." O ik kan begrijpen wat het Verslag zegt: de mededeelingen waren dikwijls van dien aard dat de wensch bij ons opkwam om er een gedenkboek van te maken.

En toch beter geen gedenkboek. Wij zijn maar zwakke menschen, 't zij ons genoeg dat er een gedenkboek is voor Gods aangezicht en het eens, als "de boeken zullen geopend worden", zal blijken: de arbeid in den Heer niet ij del.

"Het huisbezoek gaat stillekens voort". Dat is het ware, zóo behoort het. Juist dit stille, dit op 't gebed- verkregene, dit weinig geruisch makende, dit voegt zoo bij den heiligen gang van dat koninkrijk, dat niet is van deze wereld. "Niet voor de menschen." Dat maakt ook zoo onafhankelijk van de menschen, zalig en vrij! Dat is zoo geheel in den geest van onzen Koning, dien uitverkoren Knecht des Heeren, van wien Jesaja profeteerde: "Hij zal niet schreeuwen, noch zijn stem doen hooren op de straten. Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken; met waarheid zal Hij het recht voortbrengen."

Gaat zóo voort, 't is als een zaaien over den muur, en gij weet ook wel van "'t zaadje in eenvoud uitgestrooid!"

Mijn derde schets.

Ik sprak van Zondagscholen. Nu, ik wilde dat gij, ja dat ik 't zelf gezien had wat dit boekje beschrijft: "Herinneringen aan ons uitstapje naar de Duinen, den 18den Julij 1872"; en hoe ,de gezamenlijke onderwijzeressen met hare leerlingen een genotvollen zomerdag hadden.

Het moet een treffend gezicht zijn geweest die vroolijke stoet van 221 meisjes, die de Elandstraat uittrekt, de Schans langs, naar den Trein. Laat mij er U iets van voorlezen.

2

Sluiten