Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naburen ieder al meer een machtige trek van gelijkheid met zijn naaste begint te vertoonen, waartoe zal er dan van een eigen volk, van een eigen landaard, van eén eigen vaderland nog sprake zijn? Neen, als het ijzeren spoor niets slechts volk en volk vereenigt, maar de volkeren noopt om hun eigen volksaard af te leggen; als de metalen draad zich niet tot levendige wisseling van eigene, maar tot eentonige uitruihng van eenvormige gedachten leenen moet, wég vloeit dan de volkszin. Nog van het vaderland te spreken is dan niets dan een overblijfsel van vroegere bekrompenheid. Nog gloed voor volk en vaderland in de aderen te voelen gloeien, niets dan zelf bedrog en opwinding. Niet burgers van ons vaderland, maar wereldburgers moeten we dan allen zoeken te worden, zoo we volleerde kinderen onzer eeuw willen zijn. Niet genoeg is het dan dat de slagboomen der volkeren vallen en de scheidsmuren der natiën worden gesloopt, — neen ook de grenzen der volkeren moeten dan uitgewischt. Ja, één, ondeelbaar één, moet het dan alles worden, zoo het kon, zelfs door geen stroombed of geen bergrug, door geen meerkom of geen zeestraat meer gescheiden, en zóólang elk verschil van leeftijd en geslacht, van rang en stand, van aanleg en karakter, van taal en volksaard worden weggeschaafd en uitgevijld, tot het op den ganschen aardbodem al meer éénerlei volk en éénerlei sprake worde: één groote wereldstad, waarin noord noch zuid, waarin oost noch west meer zal gekend worden, en daarom alle leven zoo gelijk zal zijn, omdat het een eenparige gelijkheid vertoonen zal met de eenvormige trekken van den dood.

III.

Wat dunkt u, behoeft het nog betoog, M. H., hoezeer zulk een streven naar valsche eenvormigheid, hoezeer dat nivelleeringsbeginsel van het moderne leven, hoezeer dat roepen om

Sluiten