Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijke, krachtens dit absolute eigendomsrecht opeengehoopte, kapitaal den onoverkomelijksten hinderpaal oplevert, die der maatschappij belet aan haar sociologisch karakter recht te doen wedervaren.

In zooverre is dan ook de socialistische beweging in al haar vertakkingen één. Zoodra het echter aan de Vraag toekomt, wat moet gesloopt en wa"t voor het gesloopte in de plaats moet komen, wordt het een tot capita tot sensus, zooveel hoofden zooveel zinnen. Immers, wie niet aan een God gelooft, voor wiens eeuwige ordinantiën we te buigen hebben; noch ook in het leven der volkeren hecht aan die historische ontwikkéling, die nooit straffeloos de haar inklevende levenswet schenden laat ; ziet in heel den opstal onzer tegenwoordige maatschappij niets dan het product van menschehjke willekeur; acht zich dienvolgens gerechtigd, al wat staat, omver te werpen; en deinst niet terug voor de reuzentaak, om straks op het leeg geworden erf nieuw te bouwen. Het radicaalst nu denkt in deze richting de Nihilist. die, ziende hoe alles in ons menschelijk leven samenhangt, geen redding voor mogelijk houdt, zoolang er ook nog maar iets van onze doodgeloopen beschaving staan blijft; en die deswege beginnen wil met alles, letterlijk alles te vernielen. Zijn ideaal is terug te gaan tot de tijden na den zondvloed. Voor hem ligt het rustpunt in het Nihil. Reeds minder radicaal is de Anarchist, die spot met het denkbeeld, alsof de smetstof ook aan huizen eh aan werktuigen zou kleven, maar het gif alleen zoekt in de Overheid en in alle macht en werking die van de Overheid uitgaat. Voor hem zal dus het sloopen reeds ver genoeg zijn gegaan, zoo maar eerst alle gouvernement weg is. Geen 'staat meer; alleen nog een maatschappij. Dan komt de gouden eeuw vanzelf. Nog minder radicaal zijn de Sociaal-democraten, die én staat én maatschappij beide willen aanhouden, maar een Staat, die enkel orgaan en huisbezorger der Maatschappij zal zijn; en zich dies zóó behoort in te richten, dat de vele huisgezinnen zich in het ééne huisgezin van den Staat oplossen, en in dat ééne huisgezin alle burgers zonder onderscheid gelijkop deelen. Want wel vindt ge onder hen schakeeringen. Niets ontziende drijvers, die plundering en oproer prediken, naast mannen als Liebknecht, die in parlementaire triomfen heil zoekt. Een Schaeffle, die bodem, gereedschap en kapitaal, naast den gewonen CoUecüvist, die alleen bodem en gereedschap aan den Staat wil brengen; maar in het einde loopt toch aller weg op één zelfde ideaal uit: De ééne, alle individu in zich opslorpende, en alle individu gelijkelijk verzorgende Staat.

Op tame&jken afstand van deze Sociaal-democratie vindt ge dan de Katheder- of <Sfóa«fe-sociaUsten, die, zij het ook met een schakeering, juist omgekeerd het Staatsgezag zeer hoog boven de Maatschappij plaatsen,

Sluiten