Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wege aan den anderen kring toekomende erf te na komt of aanrandt, dan is het de van God gestelde roeping der Overheid, dat ze recht voor willelceur doen gelden, en het vuistrecht van den sterkste der twee terugdringe door het recht onzes Gods over beiden. Wat ze dus in geen geval doen mag, is zulk een rechtsverzekering aan den éénen kring te gunnen, om aan den anderen kring gelijke rechtszekerheid te onthouden. Een wetboek voor den Handel, ik "blijf bij wat ik in 1875 in de Staten-Generaal sprak, roept om een Wetboek ook voor den Arbeid. De Overheid helpe den arbeid aan recht. Ook voor den arbeid moet de mogehjkheid geboren, dat hij zich zelfstandig organiseere en voor zijn rechten kunne opkomen. En wat nu die andere Staatshulp aangaat, die in het bedeelen niet van recht, maar in het bedeelen met geld, onder allerlei vorm en voorwendsel, bestaat, zeker ook die hulpe is in Israëls wetgeving niet buitengesloten ; maar toch ze is er tot een minimum beperkt; en daarom zeg ik, tenzij ge den arbeidersstand ontzenuwen en zijn natuurlijke veerkracht breken wilt, beperkt die stoffelijke staatshulp dan steeds tot de allergeringste afmetingen. Blijvend heil schuilt voor volk en vaderland, en zoo ook voor onzen arbeidersstand, alleen in een krachtig eigen initiatief.

Zoo behoeft het dan geen betoog meer, M. H., dat de bhk op ons menschelijk leven, dien u de Christelijke religie gunt, schier voor alle onderdeden óók van de sociale quaestie een vast uitgangspunt stelt, van waaruit de concrete oplossing voor elk vraagstuk moet beproefd. We tasten volstrekt niet in het duistere rond. Duidelijk liggen in Gods Woord de beginselen uitgesproken, waaraan wé verplicht zijn den bestaanden toestand en de bestaande rechtsverhoudingen te toetsen. En we schieten te kort in de heihge roeping, die op ons als Christelijke staatsburgers rust, zoo we ons onttrekken aan de ernstige taak, om wat met die ordinantie Gods in strijd blijkt te reconstrueeren naar hetgeen door God den Heere is gewild.

En toch, ook hiermeê mag ik niet eindigen, want ook al ware dit pad van het recht door ons ten einde toe afgeloopen, nog zou het door God beoogde doel nimmer bereikt worden, indien ge het bij uw maatregelen tot rechtsverbetering liet. Immers maatregelen, zonder meer, genezen onze kranke maatschappij" met, tenzij de medicijn tevens gedruppeld worde in het hart van rijk en van arm. De zonde is zulk een ontzettende macht, dat ze spot met al uw dammen en sluizen, en, in weerwil van uw rechtsregeling, toch telkens weer den akker van uw menschelijk leven met de wateren van haar hartstocht en haar zelfzucht overstroomt, En zoo keer ik terug tot het punt van waar ik straks uitging: Omdat we bewuste wezens zijn, hangt zoo bijna alles af van den waardemeter, die ons bewust-

Sluiten