Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ia zijne gedachten genomen hebben zoo iets te schrijven. Maar thans, nu hij daar iets meer aanschouwde, waren zijne gedachten, over hemel en aarde, volkomen omgekeerd geworden, en zonk voor zijne oogen de laatste in het niet terug, bij de heerlijkheid van den eerste. _

Wij hebben onlangs onze aandacht opzettelijk bij de beschouwing van de opstanding onzcs Hecren bepaald. Er blijft ons nog ruimte over, om nog eenmaal, als bij de geopende groeve in Jozefs hof stil te staan, met de vraag op de lippen: oWat geeft ons deze opstanding voor ons hart, voor ons leven hier op aarde?» Op deze vraag antwoordt de Apostel, in onzen tekst. Laat ons den zin zijner uitspraak, met heilbegeeriae aandacht overwegen. De Apostel rigt eene vermaning tot de gemeente te Colossé, en in haar tot allen, die de verschijning van onzen Heer Jezus Christus liefhebben. Laat ons in de eerste plaats trachten deze vermaning wel te verslaan. De Apostel acht, buiten tegenspraak, de geloovigén in staat die vermaning op te volgen, want hij beroept zich op eene gebeurtem>v die met hen plaats gehad heeft, en waardoor zij het vermogen bezitten, om zijnen raad uit te voeren. Laat ons in de tweede plaats, die- gebeurtenis in het leven der geloovigén beschouwen. Wij zullen dan cr toe geleid worden , om in de derde plaats, aan te toouen, hoe deze gebeurtenis van zelf den geloovigén in staat stelt, datgene te doen, wat de Apostel van hen verlangt. .

De Heere Jezus Christus, die ter regterhand Gods m de hemelen verhoogd is, zende genadiglijk Zijnen zegen neder, op dit woord onzer overdenking. Amen.

1.

Wij vestigen in de eerste plaats onze aandacht op de vermaning, die de Apostel tot de geloovigén rigt. Zij is uitgesproken in hqt, tweede vers van onzen.tekst: Bedenkt de dingen die boven zijn, niet die op aarde zijn. Het eerste gedeelte van deze vermaning had de Apostel reeds in het eerste vers uitgesproken , toen hij zeide : Zoekt de dingen die boven zijn, zoodat het tweede vers eigqnUp niets anders is dan eene wederopvatting van den draad, dien hij in het eerste vers aangevangen , maar door eene tusschenbeidekomende aanmerking even afgebroken had. Die tusschenbeidekomende aanmerking leest gij in de woorden waar Christus is, zittende ter regterhand Gods. Zij is van hoog gewigt en vereischt hier ter plaatse allereerst onze aandacht, want de Apostel verklaart daar meer bepaald wat hg verstaat door de dingen die boven zijn. Hij bedoelt namelijk de dingen , die zich da&r bevinden, waar Christus is in Zijne heer-

Sluiten