Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan eenen Persoon, namelijk : Jezus Christus. En hierdoor verplaatst hij ons dadelijk op eenen vasten geschiedkundigen bodem. Jezus Christus is een Persoon , een Mensch, (1 Tim. 2 vs. 5); wij zien Hem wel niet, maar door het geloof weten wij dat Hij er is. Maar door dat zelfde geloof weten wij ook dat met dezen Mensche Jezus Christus eene menigte dingen zoo tegenwoordige als toekomende verbonden zijn, wij weten dat Hij het middelpunt is van eene gansche ontzaggelijke heerlijke geschiedenis, die hemel en aarde omvat, die heden met eiken dag nog wordt voortgezet, die de toekomst vervullen zal en zich met steeds toenemenden luister over den nieuwen hemel en aarde uitbreidt, welke wij verwachten. Wie zal al deze dingen opnoemen?. Hij zit ter regterhand Gods Zijns Vaders, met wien Hij in de zaligheid der innigste gemeenschap, het eeuwige Verlossingsplan der verlorene zondaren bespreekt en bestuurt. Wij zien Hem als Hoogepriester in het binnenste Heiligdom, werkzaam om bij God de dingen te doen, die voor Zijn volk te doen zijn. De Engelen zijn in aanbidding om Hem heengeschaard en passen op het woord Zijns monds, ten dienste dergenen die de zaligheid beërven zullen. Van uit Zijne verhevene plaatse bestuurt Hij het lot van hemel en aarde, tot dat de tijd zal gekomen zijn, waarop Zijne vijanden zullen gesteld zijn tot een voetbank Zijner voeten. Dan, wij zien het in den geest reeds geschieden, zal Hij nederdalen, om aan Zijn volk Israël het Koningrijk weder op te rigten. Hij wekt Zijne gemeente, die uit de Heidenen is, uit de graven op, en met haar tot eén volkomenen man vereenigd (Eph. i vs. 15), neemt Hij plaats op den Troon Zijner heerschappij. Het Jeruzalem dat boven is, de vrije moeder, de stad die fondamenten heeft, daalt neder uit' den hemel, als de paleizenstad der verloste Koningen en Priesters. Eene nieuwe wereld, waarvan Christus de Koning, Zijn volk het Koningsvolk is, opent zich dan voor onzen blik, en eene eeuwigheid zal er noodigzijn, om al deze dingen te kunnen opnoemen en genieten. Louter heerlijkheid en zaligheid in het nieuwe onverderfelijke ligchaam, aan de zijde van den Vorst des levens is dan het deel der geloovigén, die met Hem hcerschen. Wie zal dit alles dan opnoemen of naar waarde beschrijven? De Gemeente Gods besteedt haar gansche leven aan niets anders dan deze dingen te onderzoeken, te bespreken, te behartigen. Van die dingen droomt zij in hare nachtelijke droomen, zij ontwaakt er mede in den morgenstond, zij draagt ze mede in haar hart gedurende den arbeid van den dag. Die dingen zijn te veel en te heerlijk dan dat elk hunner ze alle zoude kunnen bevatten of overzien. Daarom komen zij ook zoo gaarne te zamen, omdat de een dit en de ander weer wat anders

Sluiten