Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plaatse in den Hemel. Hij heeft den Geest der aanneming tot kinderen in hun hart uitgestort, zoodat zij een innerlijk getuigenis van Hem hébben, dat zij Hém als een onontvreemdbaar eigendom toebehooren, en dat Hij hen, door de woestijn der zondige wereld, voorüeidt naar het Hemelsche Kana'an, 't welk is gelegen aan gene zijde des grafs. En allen,die dezen Geest deelachtig zijn, maken gezamentlijk reeds hier op aarde het Koningrijk der Hemelen uit, omdat hunne harten het lig— chaam als 't ware vooruitsnellende, reeds in den Hemel zijn overgeplant in Christus Jezus, hunnen Heer.

En welk eene onuitsprekelijke gelukzaligheid vervult het gemoed, als het verwaardigd is, tot dat Hemelsche volk Gods toegedaan te worden. Daar gevoelt de zondaar door het geloof, dat een alvermogende Geest in zijn binnenste is komen wonen, en er wonderen van bekeering en heiligmaking en vertroosting verrigt. Daar mag hij, te midden van het diepst gevoel zijner zonden en bij de luidste gewetensbeschuldigingen, nogtans roemen, dat de levende God zijn deel en de Hemel zijne vaste erfenisse is, omdat hij buiten zijn eigen hart eene stemme in zich verneemt, die hem vrijmoedigheid geeft om te roepen: Abba, Vader ! Want het is de geest der genade en der volkomene verzoening met God, die in hem is uitgestort; en al de zegeningen, die de God des vredes en des levens aan het kind Zijns welb'ehagens kan uitdeelen, vloeijen hem in volle ströomen toe door Schrift en gebed.

3». En dat Koningrijk der Hemelen is ook in ons midden uitgebreid, door de barmhartigheid van Hem, bij Wien geene aanneming is des persoons. Zoolang de volheid des Geestes nog niet was uitgestort, koos de Heere uit alle volken des aardbodems, slechts één volk, 't welk Hij met de kennis Zijns naams begenadigde. Het was evenwel Zijn voornemen niet, Zijn geestelijk volk evenzeer binnen de landpalen van eene afzonderlijke natie te beperken; Hij vond een welbehagen in iedereen, die Hem vreesde en geregtigheid werkte, van welke natie hij ook ware. Dit toonde Hij aanstonds door de wijze, waarop Hij het aanwezen Zijns Geestes in de Apostelen openbaarde. Hij gaf hun allerlei talen te spreken, opdat alle volken het zouden kunnen hooren, dat Jezus is de Christus, de Koning der wereld — opdat de sprake des Evangeliums ook tot het hart der heidenen zou doordringen.

De gave der verscheidene Uien bij de eerste Evangelieverkondigers heeft eene schoone en diepe bedai4»nis. Toen God het plan had, zich een afzonderlijk aardsch volk uit te kiezen, heeft Hij eerst het menschdom in verschillende afzonderlijke volken verdeeld. En waardoor heeft Hij dit tot stand gebragl'J

Sluiten