Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wille,' maar de geest is leven om der geregtigheid wille. Zoo zijn wij dan geroepen, niet meer te leven naar de oude schepping, die ter verderfenisse gaat, maar naar de nieuwe schepping, die reeds in den verborgenen mensch onzes harten., aangevangen is. Het is niet mogelijk het' ligchaam dat wij thans omdragen, in een geestélijk ligchaam te veranderen. Bestendig zullen allerlei booze gedachten en onreine bewegingen daarin blijven opwellen. Laaf u, M. B.! door deze treurige ondervinding niet in verwarring brengen. Indien gij dan eerst durft hopen een kind van God te zijn, wanneer dergelijke aanvechtingen u niet meer bestormen, zult gij hopeloos blijven tot aan het graf. Neen, hierin bestaat onze heiligmaking niet, dat onze ligchamen geene bewegingen der zonde en des doods meer hebben, maar dit is onze heiligmaking, namelijk, dat wij die bewegingen bestendig te keer' gaan, door de kracht van den Geest die in ons woont. Dat de zonde zich in onze sterfelijke ligchamen verheft, is géén wonder, maar bet is onze roeping , toe te zien, dat zij in onze sterfelijke ligchamen niet lieerscht. En die heerschappij dér oude verdorvene schepping, kunnen wij te niet doen ; indien anderzins Christus in ons geboren is, Christus, het nieuwe schepsel, ons leven is. Daarom zegt hij ook: «Dood dan uwe ledematen die op de aarde zijn, namelijk: hoererij, onréinigheid, schandelijke beweging, kwade begeerlijkheid en gierigheid. Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in Gód.» En dit is het leven Christi, dat wij hart en ziel aftrekkeu van allen afgod én ijdelheid dezer verderfelijke schepping, dm onze lust en hope te stellen in de toekomende goederen, die eeuwig zijn in de hemelen. Zoo hebben wij dan hier veel te strijden en te worstelen, opdat de Geest deze onze vadzige wederspannige ligchamen te onderhoude, tot de dienst van God in ijver en geregtigheid. Maar die Geest bidt ook in dezen brozen tempel, met innige en onuitsprekelijke verzuchtingen tot dien God, die tot allen goeden strijd een magtig Bondgenoot is, gewillig om te helpen, getrouw om te bewaren. Laat ons dan door het geloof wandelen, dit ons tegenwoordig ligchaam niet méér aanmerkende, hetwelk aireede verstorven is, maar laat ons, hoe wonderlijk het ons ook toeschijne, legen hope op bopé gelooven, dat God uit dit verstorvene en verdorvene ligchaam eenmaal een heerlijk hemelsei) ligchaam te voorschijn roepen zal, doof de opstanding onzes Heeren Jezus Christus, die ons Hoofd is. Zoo zullen wij dan in deze oude schepping omwandelen, als ziende de nieuwe. En met het oog op hare uitnemende heerlijkheid, zullen wij allé kruis dezer zuchtende schepping met lijdzaamheid dragen, wetende dat ook dat kruis met dié schepping zelve ter verdwijning bestemd is.

Sluiten