Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bezochten. In de gezelschappen werd doorgaans aan julia de voorkeur geschonken. Zij was levendiger dan johanna en «ut behendiger haar talenten ten toon te spreiden' erwyldeze zich altijd bescheiden op den achtergrond plaatste Eens echter had het toeval gewild, dat men meer werk van johanna had gemaakt. Julia verbeet zich van ergernis; en te huis komende, duwde zij haar vol wrevel toe: „Nu hebt gij uw doel bereikt; de vondeling van wie men niet weet, of niet durft zeggen van

waar zy gekomen iSj wieng .kifld ^ ^ ^ ^ ^

dochter van geachte, rijke lieden den voorrang geschonen. Ten einde zulke beleediging niet weder te moeten ondergaan, zal het heden de laatste keer geweest zijn dat wfl te zamen zijn uit geweest." „Dat zal het ook «jlia sprak johanna tot in het diepst harer ziel ge' schokt en gewond door deze aanmerking.

,,.flap®n„k0n de arme johanna dien nacht geen oogenTelkens klonken haar de woorden in de ooren: eene vondeling, van wie men niet wist of'durfde zeggen wiens kind zij was! Nooit had zij zelve hierover zoo nagedacht. Flaauw kon zij zich nog iets uit hare kindschheid herinneren. Zij wilde morgen alles aan hare pleegouders vragen, hen bedanken voor hunne liefde het huis verlaten en liever onder vreemden gaan, dan ooit zoo iets weder te moeten hooren. Toen echter de eerste evige storm harer aandoeningen bedaard was, verwierp hare zachte ziel dit plan. Wist zij zelve niet, hoeveel verdriet julia door haren hoogmoed haren ouders veroorzaakte P Hoe zou dit door het mededeelen van het gebeurde vergrooten? Zou zij hun aldus de liefde en zorg

haar bewezen, vergelden? Dit kon, dit mogt zij immers met I

Toen zij den volgenden morgen aan het ontbyt verscheen, was er niets aan haar te zien, dan eene buiten¬

gewone bleekheid. „Deert u iets, mijne lieve?" vroeg vriendelijk bezorgd hare goede pleegmoeder, terwijl het hart van julia toch eenigzins angstig klopte, in afwachting van het antwoord, hetwelk zij vreesde dat johanna geven zou. Deze antwoordde echter zeer bedaard: »Ik gevoel mij niet geheel wel, het uitgaan deugt niet voor m\jn gestel, dit heb ik al lang bemerkt, sta mij daarom dan ook toe, dat ik eenigen tijd stil te huis blijve." Het hooge rood op julia's wangen duidde aan, dat zy op dit oogenblik johanna boven zich gevoelde. Zoodra zij zich met haar alleen bevond, viel zij haar dan ook om den hals en bad haar om vergiffenis. Haar goede engel stond haar in dezen oogenblik ter zijde. Waarom moest zij nog dien eigen dag hare tante zien, deze alles vertellen, van haar gelijk krijgen, en bespot worden, dat zy johanna om vergiffenis had gevraagd?

Johanna had zich aan de gezelschappen onttrokken, eerst onder voorwendsel van eigene ongesteldheid, later om julia's moeder, die aan eene verzwakking scheen te lijden , gezelschap te houden. Rijkelijk vergold zij deze, door haar liefdevol bijzijn, al wat zij aan haar gedaan had.

Julia, de alom om hare schoonheid en rykdom gevierde julia leefde bijna geheel in en voor de wereld. Verscheidene jongelingen, door deze beide groote voorregten aangetrokken, deden aanzoek om hare hand; doch geene partij was haar schitterend genoeg. Eindelijk ontmoette zij eenen jongen regtsgeleerde, uit eene aanzienlijke familie gesproten, evenzeer vermaard door zijne grondige kennis en geleerdheid, als geacht om zijne regtschapene beginselen, en daarenboven bezitter van een groot vermogen. Deze schonk julia eene bijzondere opmerkzaamheid, welke zij met vreugde zag; want niet alleen dat deze partij haren hoogmoed streelde, maar haar hart gevoelde zich aan den jongen man gehecht.

Sluiten