Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rij op bedroefden toon: * Ik heb gedroomd, dat God de Heer gestorven was en de engelen Hem begraven hadden." Haar echtgenoot, die sedert geruimen tijd niet gelagchen had, kon nu niet nalaten te glimlagchen. Hij beknorde zijne vrouw, dat tij zich over zulk eenen droom verontrusten kon, en vroeg haar of zij dan niet wist, dat God eeuwig en dus ook onsterfelijk was. »Hoe!" antwoordde zij, § is God onsterfelijk ? laaien gij dit zoo vast weet, waarom verlaat gij u dan niet op Hem, die nimmer sterft en ons tot hiertoe geholpen heeft ?' Dit had bckger niet verwacht. Het was hem, als schoot een lichtstraal hem door de ziel. Innig drukt hij zijne vrouw in de armen en sprak: t> goede, vrome engel, ik zal weder vertrouwen." Hartelijk en innig aaDgedaan beantwoordde zijne vrouw zijne omhelzing, en sprak: «Beveel den Heer al uwe wegen en vertrouw op Hem; Hij zal het wel met ons maken!"

Sedert dezen dag was de heer buegei een geheel ander mensch geworden. Hij zocht weder met moed bezigheden op, en was niet meer zoo somber in zich zeiven verzonken. Hij hoorde naar hetgeen zijne vlijtige zonen hem van hunne bezigheden verhaalden , en ontwierp met hen nu en dan weder een plan voor de toekomst.

Eens verhaalde de oudste zoon: * De rijke B. is bankroet, en zijn zoon, die valsche wissels gemaakt heeft, is- voortvlugtig." Hij zag zijne vrouw aan, en beiden sloegen het oog dankend naar boven, dat hunne wenschen niet verwezenlijkt waren geworden; want hoe diep ongelukkig zou mabia dan nu niet geweest zijn ?

Korten tijd hierna verraste hen eene andere en blijde tijding. Makia, die gezelschapsjufvrouw was bij eene oude en ziekelijke, doch tevens zeer rijke dame, welke slechts een zoon had, werd door dezen ten huwelijk gevraagd. Hij had haar in haren huiselijken omgang leeren kennen,

en hare deugden en talenten weten te bewonderen en op den regten prijs te schatten. Zij had zijne moeder, die door haren ziekelijken toestand dikwijls lastig van humeur was, getrouw en liefdevol opgepast en in hare armen had deze den laatsten snik gegeven. De zoon, gevoelende dat hij zich niet meer van het lieve meisje scheiden kon, bood haar hart en hand aan. Welke aangename gewaarwordingen dit onverwachte geluk in den huiselijken kring 'van den heer bubgeb teweeg bragt, laat zich moegelijk beschrijven. Tan nu af scheen het geluk dit gezin weder toe te lagchen. Voortgeholpen en ondersteund door den rijken echtgenoot van xabia , konden de zonen hunne eigene taken beginnen; en door vlijt en oppassendheid hadden zij het genoegen, hnnne ouders weder op dien voet te kunnen tien leven, waarop dezen het vroeger gewoon waren. Dikwijls sloot de heer bcbgeb rqne vrouw weenend in zijne armen, en sprak: »Gjj hadt regt, toen gij tot mij zeidet: Beveel den Heer al uwe wegen en vertrouw op Hem; Hjj zal het wel met ons maken!"

God verlaat de onschuld nooit.

Gelijk niet ieder boompje, hetwelk voor de eerste keer in bloei staat, door eene heldere warme lentezon beschenen wordt, even zoo kent de lente van menig menschelijk leven niets dan gure, droevige, donkere dagen.

Zoo schenen de jeugdige jaren van johas somber en stormachtig voorbij te moeten gaan. Beeds vroeg verloor hij zijne ouders, en daar tij hem volstrekt geen Ter-

Sluiten