Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezegd hebben, nog in gebruik; en duizende onschuldigen, uit vrees voor de martelingen welke hen daar wachtten, gaven zich, door eene onware bekentenis, aan den dood eens misdadigers over. Eer men tot het aanwenden dezer pijnigingen overging, moesten den gevangene alle folteringen getoond en verklaard worden opdat indien het mogelyk ware, hij nog voor het aanwenden van deze, tot bekennen gebragt wierde.

Toen nu die foltertuigen den ongelukkigen johan getoond werden — toen de beulsknecht met eene harde vuist zijne handen aanpakte, om hem te toonen op welke wijze de duimschroeven werden aangezet, - toen men de ijzeren beenschroeven voor hem met kletterend geraas nederwierp en het gruwelijke werktuig, waarop men de ongelukkigen uitrekte, zoodat alle leden uit de gewrichten gerukt werden, voor hem bragt, - toen stroomde den ongelukkigen jongeling een vloed van tranen uit de fgen. ij zag nu op zich zeiven, dan weder Op de vreesde toebereidselen. Hy was van eenen tengeren ligchaamsbouw, en hem ontbrak reeds de kracht om de enkele voorstelling van deze gruwelijke martelingen te kunnen verdragen. Toen hij in de gevangenis was teruggekeerd en daar langen tijd onder vurige gebeden op 1 had g^egen, werd het heffi te ^ JJ

Het " l * 66,1 hemelSCh li0ht in ziJne ziel °PkolT r '/ flUiSterde hem 6ene 8tem toe: - Alles

op Hem!» °" ^ gel°°f * bepr°even' verlaat u ," Ik, geenen vader en geene moeder meer!» riep

d Zr 6 ^ //de geheele Wereld m<jt doch

Heer zal mij in zijne heerlijkheid opnemen!"

harl,,t0e? af.WaS J0H4N ^sloten, zich te houden als hadde hy de misdaad, van welke hij beschuldigd werd zen ij egaan; stellig overtuigd zijnde, dat God hem

deze onwaarheid vergeven zou. Hij hield dit in zyn vroom geloof voor eene navolging van het lijden van onzen Heer Christus. Hierin dwaalde hij echter! Want de Zaligmaker was door de grootste folteringen niet te bewegen geweest, de waarheid te verloochenen. Eenmaal het besluit genomen hebbende, zich schuldig te verklaren , betoonde hy eenen moed, welke zelfs den strengen regter met bewondering vervulde. Men vroeg hem waar hÜ den roof verborgen had, en daar hem, by een ontwijkend antwoord de pijnbank weder wachtte, liet hy zich het antwoord in den mond leggen en zeide, dat hij den geldzak bij zijne vlugt door het woud had weggeworpen. Dit kwam den regter waarschijnlijk voor, hoewel men te vergeefs den ganschen weg over naar den zak liet zoeken.

Met het begin der lente werd het vonnis over johan uitgesproken. Hij zou zijn leven aan de galg verliezen; doch om zijne jeugd en zijne berouwvolle bekentenis, na zijnen dood afgenomen en op de geregtsplaats begraven worden.

De veroordeelde verloor bij het hooren dezer uitspraak geen oogenblik zijne bedaardheid. Het was hem eer te moede, alsof de geheime, troostvolle stem, door het vrome boekje in hem opgewekt, steeds luider en krachtiger tot zijn hart sprak, zoodat hij duidelijk deze woorden meende te hooren: //Vrees niet, ik, uw God, ben u nabij! En met dit verheffende gevoel eener kinderlijke onderwerping zag men op den bepaalden dag den ongelukkige moedig naar de geregtsplaats treden. De geestelijke, die hem terzijde ging, was tot weenens toe bewogen. De houding van johan wekte in aller harten bewondering op. In een wit gewaad, het gelaat eenigzins bleek, doch vriendelijk en kalm, ging hij geduldig den weg langs welken men hem voerde; zjjne

Sluiten