Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volgens den gewaanden heer Kverstajeniet in zijne laatste rustplaats zag aflaten. Aan het graf hield een van des overledenen vrienden, die predikant was, eene aanspraak , even kort als roerend; welke den getroffen man, hoewel hij er natuurlijk geen enkel woord van verstond , omdat zij in de Hollandsche taal werd uitgesproken , toch meer aandeed', dan menige Duitsche leerrede, die hij met weinig aandacht had aangehoord.

Toen alles was afgeloopen , ging hy met de overigen van daar, en voelde zich zoo regt aangenaam te moede. Het toeval bragt hem in eene herberg, waar vele Duitschers kwamen en men hem dus verstond; hij haalde zijn hart eens regt op aan echte Duitsche worst en opregte Limburgsche kaas, welke geregten hij met onvervalscht Beijersch bier naar beneden spoelde, en op die wijze den dag allergenoegelijkst ten einde bragt.

//En nu?" vragen mijne jeugdige lezers en lezeressen ; ii of is uw verhaal hier uit P"

Ja! het verhaal is hier uit; doch de gevolgen dien ik u nog met een enkel woord op te noemen. De eerlijke Duitscher, van wien wij spraken, was naar ons land gegaan, in de hoop hier zijn bestaan te zullen vinden. Maar gij begrijpt ligt, dat zoodanig iemand, die en vreemd is in het land, en zelfs met de taal onbekend, velerlei moeijelijkheden had te doorworstelen. In den eersten tijd van zijn verblijf in Holland gebeurde het dus dikwerf, dat hij regt mistroostig was en soms zelfs tegen zijnen hemelschen Vader morde, wanneer hij in het groote Amsterdam zoo velen zag, aan wie de rijkdommen van alle kanten schenen toe te vloeijen. Maar dan dacht hij weder aan de geschiedenis van den ongelukkigen Kverstajeniet, dien hij ook zoo had benijd , en met wien hij, korten tijd daarna, niet eens had willen ruilen.

Zoo dikwijls hij zich dat geval herinnerde, schepte hij

weder moed, begrijpende dat een fraai huis, een rijk geladen schip-en groote schatten den mensch toch niet onbepaald gelukkig maken.

//Maar," hoor ik u vragen, //nadat hij nu eenigen tijd in ons land was geweest en de taal begon te verstaan, heeft hij toen niet begrepen, dat alles een misverstand was?"

Uwe vraag is natuurlijk en toont uw nadenken. Ja! hij heeft dit later ingezien. Doch de man was wel eenvoudig, maar toch alles behalve dom. Toen hij later inzag dat alles eene vergissing was geweest, bleef toch het gebeurde even vertroostend en leerrijk voor hem. Verwondert u dit, mijne vrienden P Nu, ik wil u eens zeggen hoe dit kwam. Ik zal u daartoe mededeelen hetgeen de Duitscher zelf zonder twijfel dikwijls heeft bedacht; en gij, m\jne lieven! houdt het in gedachtenis, zoo als het ook my altijd zal bijblijven. De brav^ man nu redeneerde aldus: // dit geval," zoo dacht hij, //is nu wel niet wezenlijk gebeurd, maar het is eene vergissing van mij; evenwel God, de Almagtige, kan het in iederen oogenblik met eiken mensch tot waarheid maken. Heden kan ik aanzienlijk, rijk en alom geacht, ééne minuut later reeds dood wezen. En in ieder geval, zelfs al word ik hoog bejaard, is het leven kort. Laat ik daarom zorg dragen, ook zulke eigendommen te verwerven, die mij nog na mijnen dood kunnen baten. Om hiertoe gesterkt te worden, wil ik dit voorval liever als eenen vaderlijken wenk van de Voorzienigheid, dan als eene enkele misvatting aannemen."

Sluiten